Geïntegreerde beheersingsstrategie voor grondgebonden schimmels en nematoden in bladgroenten onder glas

Startdatum: 1/05/2015
Einddatum: 30/08/2019
Project type: VLAIO-LA
Contactpersoon Inagro: Peter Bleyaert

Project partners

Inagro vzw
PCG - Provinciaal Proefcentrum voor de groenteteelt
Ugent - Universiteit Gent
ILVO - Instituut voor Land- en Visserijonderzoek

Project inhoud

De huidige markt dwingt telers om sterk in te zetten op kostprijsefficiëntie, zodat zij zich moeten specialiseren in één teelt. Het jaarrond telen van een monocultuur (kropsla/veldsla) brengt echter problemen met bodemgerelateerde ziekten en nematoden met zich mee. De belangrijkste grondgebonden pathogenen in de teelt van bladgroenten onder glas zijn Pythium spp., Sclerotinia spp., Rhizoctonia solani en Botrytis cinerea, die allen een gelijkaardig ziektebeeld veroorzaken: het rotten van de onderste bladeren die de grond raken (smet).  Bij de nematoden blijkt uit een recente screening dat naast
de bekende wortelknobbelaaltjes (Meloidogyne sp.), de nematoden Pratylenchus penetrans, Paratylenchus sp., Rotylenchus robustus, Tylenchorhynchus sp. en Pratylenchus crenatus voorkomen (zie Figuur 1). Grote aantallen worden aangetroffen voor Paratylenchus sp. , Pratylenchus penetrans en Meloidogyne sp. . Tegen de smetpathogenen worden momenteel fungiciden ingezet via bladbespuitingen. Tegen scleroten van schimmels en nematoden wordt momenteel beroep gedaan op chemische grondontsmetting. Hoewel de inzet van deze middelen gebeurt volgens de regels van GAP en voldoet aan
alle bestaande regelgeving hieromtrent, dringt reductie van dit gebruik zich op. In toenemende mate vragen afnemers en consumenten van de
Belgische kropsla naar (1) een product met sterk beperkte aanwezigheid van residu’s van gewasbeschermingsmiddelen en naar (2) een product geteeld op duurzame wijze.  Dit wordt vertaald in diverse Europese regelgevingen, waaronder sinds kort deze rond het verplicht toepassen van geïntegreerde gewasbescherming.
De hoofddoelstelling van het voorgestelde project is het verzekeren van een toekomst voor de teelt van bladgroenten onder glas in Vlaanderen door het introduceren van een geïntegreerde bestrijdingsstrategie voor smetpathogenen en plant-parasitaire nematoden. Zoals ook in het verleden het geval was zal de bestrijdingsstrategie bestaan uit twee pijlers, enerzijds het opruimen van inoculum in de grond, anderzijds het verhinderen van infecties op de plant met selectieve middelen. Omdat overmatig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen vaak voortkomt uit het ontbreken van specifieke kennis bij de telers, is het eerste subdoel van dit project het integreren van en actief verspreiden van alle relevante reeds bestaande kennis over de bestrijding van smet en nematoden in bladgroenten onder glas. Een tweede subdoel is het aanvullen van kennishiaten. Om goed te kunnen bepalen wanneer grondontsmetting tegen de nematoden Pratylenchus penetrans en Paratylenchus sp. nodig is, zullen schadedrempels, de synergie met R. solani en de snelheid van herkolonisatie uit dieper liggende grondlagen en de populatieontwikkeling op basis van grondtemperatuur en de aanwezigheid van waardplanten worden bepaald. Met betrekking tot smet worden de effecten bepaald van temperatuur, vocht en andere randvoorwaarden op de ontwikkeling van de individuele pathogenen en de commerciëel beschikbare biocontrole-organismen. Die informatie zal toelaten om veroorzaker van smet nauwkeuriger te identificeren op basis van de klimaatcondities, zodat overbodige bespuitingen kunnen worden verhinderd. De kennis van de biocontrole organismen zal ertoe
bijdragen dat die effectiever kunnen worden ingezet en het effect ervan beter kan worden ingeschat.
Het geheel van kennis over smetpathogenen, nematoden en hun bestrijdingsmethoden zal worden vastgelegd in een beslissingsondersteunend instrument (BOI), dat zal worden verwerkt in een app voor gebruik in PC, smartphone of tablet-PC.


Nieuws uit het project

03/10/2019
Het afgelopen jaar hebben we bijkomende informatie verzameld over Fusarium oxysporum f.sp. lactucae. Die aanvullingen vin je in de nieuwste versie van het hygiëneprotocol. Daarbij hoort onder andere een  tabel met rassen die in aanmerking komen om te telen in besmette gronden met Fol1 en/of Fol4. Daarnaast worden producten met dosis en inwerktijd vermeld, zodat ontsmetting van materialen op een goede manier kan gebeuren.