Beheersing van Didymella bryoniae (Mycosphaerella) in de teelt van komkommer

Startdatum: 1/07/2015
Einddatum: 30/06/2019
Project type: VLAIO-LA
Contactpersoon Inagro: An Decombel

Project partners

KU Leuven - Katholieke Universiteit Leuven
Inagro vzw
Scientia Terrae vzw
PSKW - Proefstation voor de Groenteteelt vzw

Project inhoud

D. bryoniae is al vele jaren één van de belangrijkste problemen in de komkommerteelt. De schimmel kan alle bovengrondse delen infecteren, waarbij vruchtrot de grootste economische schade veroorzaakt.  Bij zware aantastingen kunnen de productieverliezen enkele weken oplopen tot 25%. Bij de veilingen is minstens 19% van de productklachten te wijten aan D. bryoniae. En dit is vermoedelijk een onderschatting van het probleem, een groot deel van klachten over rotte vruchten is met grote waarschijnlijkheid ook toe te schrijven aan deze ziekte.
De doelstelling van dit project is een duurzame beheersstrategie voor de komkommertelers te ontwikkelen om productieverliezen door D. bryoniae te vermijden en een continue kwaliteit te kunnen garanderen. De jaarlijkse productieverliezen door D. bryoniae worden op 14000 euro/ha ingeschat, daarenboven worden de extra arbeidskosten op 15000 euro/ha geraamd. Hier wordt geen rekening gehouden met slechte prijsvorming door kwaliteitsproblemen veroorzaakt door dit probleem.  
 
Via onderzoek naar de epidemiologie zal getracht worden om een  antwoord te formuleren op de vraag “Van waar komt de initiële besmetting?”. Naast D.bryoniae zijn er nog andere schimmels, o.a. Botrytis cinerea, die zowel tijdens de teelt als tijdens de bewaring achteraf vruchtrot kunnen veroorzaken. Hieraan zal eveneens aandacht worden besteed.
Bij telers leeft de perceptie dat sommige rassen gevoeliger zijn voor D. bryoniae. Er zal nagegaan worden of er een link bestaat tussen de gevoeligheid voor D. bryoniae en de aanwezigheid van één of meerdere gewaskenmerken. Bij sommige rassen wordt er frequent chemisch behandeld tegen witziekte. Het gebruik van die fungiciden heeft een impact op de infectie door D. bryoniae. Om de tuinders te helpen bij hun rassenkeuze zullen verschillende rassen met elkaar vergeleken worden.
Klimaat, en in het bijzonder vocht, speelt een belangrijke rol in de epidemiologie van de ziekte. Teelttechnische maatregelen zoals instellingen voor relatieve vochtigheid of vochtdeficit, ventilatie, gewasverzorging, hebben hierop een grote invloed. Via dit onderzoek kunnen wetenschappelijk onderbouwde adviezen opgesteld worden om de infectie tot een minimum te beperken zonder in te binden op de productie.
Bloeminfecties liggen aan de basis van inwendig vruchtrot. Mogelijks kunnen via fungiciden, “Bio Control Organisms” en entomovectoring bloeminfecties vermeden worden.  Tot slot zullen alle bekomen resultaten gegroepeerd worden en geïmplementeerd worden op een aantal voorbeeldbedrijven