IPM Akkerbouw

Startdatum: 1/03/2021
Einddatum: 28/02/2023
Project type: Demoprojecten landbouw & visserij
Contactpersoon Inagro: Jonas Claeys

Project partners

PCA - Interprovinciaal Proefcentrum voor de Aardappelteelt vzw
Inagro vzw
KBIVB - Koninklijk Belgisch Instituut ter Verbetering van de biet
Hooibeekhoeve

Project inhoud

Duurzaamheid is al lang een prioriteit in het Europees beleid. In 2009 werd er een Europese richtlijn (2009/128/EC) uitgevaardigd die een kader schepte waarbinnen EU-lidstaten acties voor duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen moesten uitwerken, waarbij IPM één van de actiepunten was. Binnen het EU-kader worden 8 basisprincipes vooropgesteld die algemeen moeten worden toegepast op alle teelten: (1) preventie, (2) monitoring, (3) schadedrempels, (4) voorkeur voor niet-chemische bestrijding, (5) selectieve middelen, (6) minimaal noodzakelijke dosis, (7) antiresistentiestrategie, (8) registratie. In België werkten de gewesten praktische richtlijnen per sector uit. Deze werden eind 2013 goedgekeurd door de Europese Commissie en traden in werking op 1 januari 2014. Meer recent was er de Green Deal en de Farm-to-Fork-strategie die eist dat de landbouwsector minder inputs (o.a. gewasbescherming) zal gebruiken. De afgelopen jaren hebben de praktijkcentra actief in de akkerbouw niet nagelaten om de principes van IPM te promoten bij de akkerbouwers. Ondertussen passen reeds veel akkerbouwers deze principes toe, bewust of onbewust. De context van gewasbescherming is de jongste tijd echter snel en ingrijpend veranderd; - In snel tempo verdwijnen actieve stoffen – ook van toepassingen die efficiënt waren en vervangen dienen te worden door toepassingen met een hogere milieu-impact (bv. verdwijnen van zaaizaadontsmetting). - Afnemers leggen bovenwettelijke eisen op (naar aantal actieve stoffen te gebruiken in de teelt of naar lager residuvoorwaarden dan de wettelijke MRL). - Nieuwe of bijna verdwenen gewasbelagers maken opmars (bv. coloradokever, …) Om in deze uitdagende omgeving de akkerbouwers vertrouwd te laten blijven met de basisprincipes van IPM zullen de projectpartners massaal hier over communiceren (via laagdrempelige veldbezoeken, sociale media, artikels in de vakpers, …). De kern van het betoog van deze demonstratiemomenten en groepsvoorlichting in aardappelen, granen, suiker- en voederbieten bestaat uit ‘(her)kennen’, ‘doen’ en ‘rekenen’. - (her)kennen Zonder dat men in staat is om ziekten, plagen, onkruiden én nuttige organismen goed te herkennen kan men uiteraard niet de juiste beslissing nemen. - doen Bij de beheersing van ziekten, plagen en onkruiden - rekenen Voor de belangrijkste gewasbelagers per teelt zal er voorgerekend worden wat de kostprijs is van de diverse beheersingsmechanismen. Waar een chemische bestrijding niet leidt tot een beter economisch rendement kan ze beter achterwege gelaten worden of vervangen worden door een alternatieve aanpak (preventie, niet-chemische bestrijding, …) ​​Met het project worden op een laagdrempelige manier telers bewust gemaakt van de nood tot en de meerwaarde van IPM. Die bewustmaking moet uiteindelijk leiden tot een gedragsverandering in de praktijk. Specifiek kunnen volgende realisaties verwacht worden: • Op het einde van het project zijn meer telers in staat om ziekten, plagen en nuttige organismen in de teelten van aardappelen, granen, suiker- en voederbieten te herkennen. • Door bewuster gewasbeschermingsmiddelen in te zetten zal het verbruik van gewasbeschermingsmiddelen dalen en zal het economisch rendement van de betreffende teelten verhogen gezien met minder input een minstens even hoge opbrengst kan worden behaald. • Door een lager verbruik van gewasbeschermingsmiddelen is de milieu-impact lager. Dat vertaalt zich in een diverser ecosysteem, met meer fauna en flora, inclusief bodem- en waterleven. • Door minder werkgangen op het bedrijf wordt brandstof bespaard en is er minder uitstoot van emissies.

Financiers

Demo Landbouw en Visserij (incl. Europese Unie)