Prei is een teelt met een eerder lange groeiduur. De grootste stikstofopname gebeurt in de tweede helft van de teelt, ongeveer acht weken na planten. Een stikstofanalyse met bijhorend bemestingsadvies zes weken na planten laat toe om de gemineraliseerde stikstof uit dierlijke mest, oogstresten en organische stof te meten. Op basis daarvan kan je nauwkeuriger bijbemesten. Zo gaan er geen kostbare meststoffen verloren en is de kans op een te hoog nitraatresidu lager.

Bemesten in prei doe je in meerdere fracties

Eén of twee bijbemestingen geven kan enkel als de basisbemesting bij planten daarop is afgestemd. Als prei geplant wordt als hoofdteelt, dan volstaat het de bodemvoorraad in de zone 0-30 cm aan te vullen tot een totaal van 110 eenheden werkzame stikstof/ha. Komt prei als nateelt van een "rijke" voorvrucht, zoals aardappelen, spinazie of bloemkool, dan is het vaak zelfs niet nodig om stikstof te bemesten bij planten. Via een tussentijdse staalname na een zestal weken kan je de benodigde dosis stikstof voor de bijbemesting nauwkeuriger bepalen.

 

Hoeveel stikstof heeft prei nodig?

De benodigde hoeveelheid stikstof wordt bepaald door de hoeveelheid stikstof die de prei opneemt plus de minimale hoeveelheid stikstof die in de bewortelbare zone van de bodem aanwezig moet zijn voor een ongestoorde groei.

De hoeveelheid stikstof die prei opneemt kunnen we berekenen op basis van de stikstofinhoud van prei. Die is ongeveer 3 kg stikstof per ton verse massa. De verhouding bruto versus vermarktbare opbrengst schatten we op 1,4.

Met bovenstaande richtwaarden kunnen we dus stellen dat 50 ton/ha vermarktbare prei een bruto-opbrengst heeft van 70 ton/ha. Aan een stikstofinhoud van 3 kg/ton is er 210 kg stikstof/ha opgenomen. Daarvan wordt maximaal 50 kg stikstof/ha opgenomen in de eerste acht weken.

Voor een ongestoorde groei van prei moet echter een minimum van 60 kg stikstof/ha aanwezig zijn in de bodem tot 60 cm diep. Maar in de eerste weken van de teelt moet die hoeveelheid in de bovenste 30 cm aanwezig zijn, omdat de beworteling van prei dan nog niet dieper gaat. Die hoeveelheid wordt ook wel de hoeveelheid "latente stikstof" genoemd. Als er in week 8 wordt bijbemest, dan moeten er tussen planten en bijbemesten minimaal 110 eenheden werkzame stikstof beschikbaar zijn in de bodemlaag tot 30 cm. Veel meer hoeft dat niet te zijn.

In totaal heeft prei dus ongeveer 270 kg N/ha nodig. De nodige stikstof komt vrij uit dierlijke en organische meststoffen, kunstmest, en uit de mineralisatie van ingewerkte vanggewassen, oogstresten en organische stof (humus).

Preiplanten vormen een grote massa aan bijwortels. Het gros ervan (65%) is terug te vinden in de bovenste 25 centimeter van de grond. 25% bevindt zich tussen 25 en 50 centimeter en een minderheid van 10% zit dieper dan 50 centimeter in de grond. Het is dus van belang om altijd voldoende stikstof ter beschikking te hebben in de zone 0-50 centimeter. Stikstof die door uitspoeling dieper zit, moet als verloren beschouwd worden en zal grotendeels uitspoelen in de winter. Nogmaals, indien je gefractioneerd bemest, verklein je risico op stikstofverlies.

 

Hoeveel stikstof kan de bodem leveren?

Op percelen met een goede vruchtbaarheid kan tot de helft van de stikstofbehoefte van prei afkomstig zijn uit de mineralisatie van organische stof. Prei kan hier vaak dankbaar gebruik van maken, gezien de langere teeltduur. Dat laat je toe om minder kunstmest te moeten gebruiken.

Uit het stikstofmeetnet is gebleken dat de gemiddelde N-vrijstelling uit mineralisatie van organische stof in de bodem in de periode maart – november schommelt tussen 0,6 kg en 1 kg N/ha/dag naargelang het koolstofgehalte van het perceel.

Voor groentepercelen merken we dat voor vergelijkbare koolstofgehaltes dit wel vaak hoger is dan voor akkerbouwpercelen doordat de organische stof in groentepercelen minder stabiel is en dus vlugger mineraliseert. Reken maar eens uit hoeveel stikstof “gratis” vrijkomt uit de bodem gedurende de 15 teeltweken van prei! Bij de opmaak van een bemestingsadvies wordt rekening gehouden met die gemiddelde cijfers en met de specifieke perceelsituatie (het koolstofgehalte). Een uiterst precieze inschatting van de mineralisatie is niet mogelijk, omdat de grootte van de mineralisatie afhangt van het bodemvocht en de bodemtemperatuur, en dus jaarsafhankelijk is. De wispelturige weersomstandigheden van de voorbije jaren maken die inschatting niet eenvoudiger. Daarom benadrukken we nogmaals het belang om een staal te nemen tijdens de groei (en bij te bemesten). Zo worden de weersomstandigheden van het seizoen en de mineralisatie op jouw perceel veel beter in rekening gebracht.

Als vóór planten al dierlijke mest wordt toegediend, is het beter om de kunstmest pas vanaf week 8 toe te dienen op basis van een tussentijdse stikstofanalyse. Op dezelfde manier als voor de stikstofmineralisatie uit organische stof wordt zo ook de vrijgekomen stikstof uit dierlijke mest gemeten en in rekening gebracht.

Prei bemesten op advies, een voorbeeld

Als voorbeeld nemen we prei die rond 20 juni geplant wordt (ras: Pluston). Als basisbemesting wordt kort voor planten een gift van 35 ton runderdrijfmest/ha toegediend. Dat komt overeen met 170 kg/ha totale stikstof. Daarvan komt ongeveer 60% vrij als werkzame stikstof (of 102 kg N/ha) die gebruikt kan worden door de prei: dit is 50% (of ongeveer 80 kg) in de eerste weken na het opbrengen van de mest, en daarna nog eens ongeveer 10%.

Een zestal weken na planten wordt een bodemanalyse uitgevoerd. Uit de analyse blijkt dat 117 kg/ha nitraatstikstof aanwezig is in het bodemprofiel tot 60 cm. Daarvan is 93 kg aanwezig in de zone 0-30 cm en 24 kg in de zone 30-60 cm. Dit ligt in de lijn van de verwachtingen aangezien 80 eenheden werkzame stikstof werden verwacht uit de runderdrijfmest en een 40-tal eenheden werkzame stikstof uit de mineralisatie uit de bodem organische stof (6 weken aan 1 kg N/ha per dag).

Het advies geeft aan om 67 eenheden werkzame stikstof per hectare te bemesten. Hierbij wordt rekening gehouden met stikstof die nog vrij zal komen voor de groei van de prei: dit is nog 18 eenheden werkzame stikstof uit de runderdrijfmest, nog 20 eenheden nalevering van werkzame stikstof uit het vanggewas en nog 59 eenheden werkzame stikstof uit mineralisatie van stikstof uit de organische stof. In totaal beschikt de prei dus over 281 kg N/ha (117 + 67 + 18 + 20 + 59), wat de behoefte invult.

Advies prei.PNG


Hoe de bijbemesting toedienen?

De bijbemesting kan je in één of twee keer invullen en beperk je best tot 25 eenheden werkzame stikstof bij een vloeibare bemesting en 60 eenheden werkzame stikstof bij korrelmeststoffen.

Bij korrelmeststoffen is het belangrijk om dit op een droog gewas te doen, op een nat gewas kunnen de meststofkorrels aan het blad blijven kleven en daar brandplekjes veroorzaken. De ideale omstandigheden zijn een droog gewas vlak voor een regenbui of tijdens een regenbui. Zo spoelen korrels die eventueel in de oksel komen te zitten uit. Meststoffen op basis van ureum zorgen voor de minste schade.

Bij een vloeibare bemesting kies je best voor opgeloste ureum waarbij je een 25-tal eenheden werkzame stikstof toedient met voldoende water (500-600 liter/ha). Hier is het wel een voordeel om dit bij regenweer of op een nat gewas (vb. dauw) te doen.

Ga je in de zomer bijbemesten, dan gebruik je beter geen kalknitraat omdat dit een grote groeipiek kan geven met rode strepen tot gevolg. De klassieke ammoniumnitraat kan in de zomer zeker worden gebruikt op jonge prei.

Naar het najaar toe kan kalknitraat wel omdat de groei dan al vertraagd is, kalknitraat gebruik je best als er snel nood is aan extra stikstof. Dit omdat kalknitraat voor 100% uit nitraatstikstof bestaat.

Wordt de prei pas in januari – februari geoogst, dan gebruik je in het najaar best een traagwerkende stikstofmeststof. Een najaarsbemesting kan bijvoorbeeld met Sulfammo. Dit is een traagwerkende meststof waarin ook zwavel zit. Deze meststof heeft het voordeel dat er geen nitraatstikstof aanwezig is. De 5% ammoniakale stikstof zal binnen de 4 weken beschikbaar zijn, de 25% onder de vorm van ureum stikstof zal binnen de 6 weken beschikbaar zijn.

Uit proeven van het PCG uit Kruishoutem blijkt dat Sullfamo en Ureum de minste verbranding gaven bij een bemesting over het gewas. Ureum kan ook worden opgelost in water en met het spuittoestel toegediend worden. Hier raad men aan de dosis te beperken tot 25 eenheden stikstof/ha en met voldoende water (500 – 600 liter/ha) te spuiten.

 

De tweede bijbemesting kan bijvoorbeeld met Entec, aangezien het gewas in dit stadion al groter is doe je dit beter niet breedwerpig. Deze heeft het voordeel dat via de nitrificatieremmer de stikstof langer aanwezig is. Dit is vooral een voordeel als de bodem niet te warm is en er een neerslagoverschot is. De afbraak van de nitrificatieremmer is temperatuursafhankelijk. Bij hogere bodemtemperaturen zal deze sneller afbreken en zal de omzetting van ammonium naar nitraat sneller gebeuren.

 

Conclusie

Prei is een teelt waarbij de bemesting goed over verschillende fracties kan worden gespreid. Een beperkte startgift voor het planten, vaak met dierlijke mest, volstaat. Een 6- tot 8-tal weken na het planten kan via een stikstofanalyse tot 60 cm diep de overige bemestingsdosis worden bepaald. Dit geeft als grote voordeel dat onzekere bronnen van stikstof zoals de stikstofmineralisatie uit organische stof, oogstresten voorvrucht, … kunnen gemeten worden in het staal.

Verder is het zo dat het risico op nutriëntenverliezen door neerslag wordt verlaagd door de benodigde hoeveelheid in meerdere keren toe te dienen. Via het gefractioneerd toedienen van de stikstofmeststoffen kan ervoor gezorgd worden dat er voldoende stikstof aanwezig is in de bewortelbare zone van de prei. Ook verlaag je het risico op nutriëntenverliezen en op een te hoog nitraatresidu.

In het najaar organiseert B3W nog een thematisch uitwisselingsmoment rond de bemesting in prei. Wens je hiervan op de hoogte gehouden te worden, registreer u dan op de B3W-website en maak je lid van de groep 'Groenten'.


Gekoppelde thema's & sectoren: Bodem En Bemesting | Groenten Open Lucht