Een goede conditie van de zeugenstapel is van belang als we optimale productie- en financiële resultaten willen bekomen. Bij een afwijkende conditie kunnen heel wat problemen opduiken. Te vette zeugen hebben vaak meer doodgeboren biggen, minder uniforme nesten of een te lage melkproductie. Bij te magere zeugen is er meer kans op kleine, flauwe biggen, gedaalde weerstand van de zeug en tegenvallende prestaties in de volgende cyclus. Hoe je de conditie van je zeugen kan opvolgen kwam aanbod tijdens de “VarkensAcademie gaat digitaal” van 2020. Wij vatten het voor jou nog even samen.

Korte opfrissing over het opvolgen van de conditie van zeugen

De laatste 15 jaar is de productie van onze zeugenstapel geëvolueerd van een productie van 25 biggen/zeug/jaar naar 35 of meer. Dit is het gevolg van constant verbeteren van management van zowel zeugen als biggen, samen met een doorgedreven genetische selectie naar meer levend geboren biggen per zeug. De selectie op meer levend geboren biggen per zeug heeft er ook voor gezorgd dat zeugen gemiddeld magerder zijn dan 15 jaar geleden. Deze verandering in algemene conditie vraagt dan ook een aanpassing aan het voerderschema. Bovendien is het aangeraden om de vette, normale en magere zeugen elk bolgens een ander schema te voederen. Op die manier kan, waar nodig, de conditie van de zeugen bijgestuurd worden.

Hoe bepaal je de conditie van zeugen?

Je kan de conditie van je zeugen bepalen via een visuele beoordeling. Dit gaat meestal relatief snel, maar vraagt wat oefening en er is steeds het gevaar op zogenaamde bedrijfsblindheid.

De conditie kan je ook met behulp van meettoestellen bepalen. De varkenshouder of adviseur voert spekdiktemetingen uit. De P2 waarde die gemeten wordt (ter hoogte van de laatste rib, 5 cm naast de ruggengraat), wordt vergeleken met  de waarden die de geneticabedrijven voorop stellen. Sommige geneticabedrijven adviseren om zeugen te gaan wegen omdat bij magere zeugen, de conditie via spekdiktemetingen niet voldoende in beeld gebracht wordt.

Er bestaan ook nog andere toestellen om de conditie van de zeug te meten. Denk maar aan de Caliper. Het is een eenvoudige methode waarbij je het toestel op de rug van de zeug plaatst, op de P2. Je krijgt een waarde van de rughoek van de zeug. De bepaling gaat zeer snel, het vraagt dus weinig tijd in vergelijking met een visuele controle. Helaas krijg je geen indicatie naar gewichtsevolutie of spekevolutie. Deze methode is ook minder gekend bij ons.

Meer en meer bepalen veevoederfirma’s de spier- en spekdikte tegelijkertijd met behulp van een echo. Op het echobeeld van de P2 positie kan je zowel de spekdikte als de spierdikte aflezen. De echo geeft een zeer duidelijk beeld van zowel de vetreserves als de hoeveelheid mager vlees van de zeug. Het vertelt je dus meer over de energie- en eiwitbalans. Je kan deze conditiemetingen éénmalig uitvoeren, maar nog beter is om een groep zeugen op te volgen om zo de evolutie in conditie te bekijken. Zo kan je met de combinatie spierdikte- en spekdiktemeting op verschillende tijdstippen doorheen de dracht nagaan of je zeugen spier en spek aanzetten of verliezen. Op basis van deze resultaten kan je vervolgens overwegen om het voederschema van je zeugen aan te passen of eventueel de samenstelling van het voeder bij te sturen.

Meer info

Wil je meer weten over conditiemetingen en hoe je op basis hiervan je voederschema’s kan aanpassen?

> Bekijk de presentatie of de webinar van de “VarkensAcademie gaat digitaal: conditiemanagement van de moderne zeug” (Michiel Vandaele, Trouw Nutrition).

Gekoppelde thema's & sectoren: Varkenshouderij