Innovatieve technologieën die nutriënten recupereren uit dierlijke mest leveren nieuwe, herwonnen meststoffen met eigenschappen die vaak gelijkaardig zijn aan die van kunstmest. Ze kunnen een antwoord bieden op het mestoverschot, een kostenpost op het landbouwbedrijf. Europese wetgeving laat echter nog niet toe dat landbouwers die herwonnen meststoffen gebruiken als kunstmest. Om het potentieel aan te tonen, voert Inagro samen met internationale partners onderzoek uit. “Dat onderzoek is een boodschap voor de beleidsmakers. Tegelijk willen we klaarstaan voor de landbouwers als de wetgeving zou veranderen”, vertelde onderzoeker Tomas Van De Sande in ons jaarverslag 2020. Lees het volledige verhaal in dit nieuwsbericht.

We mogen de impact van ons onderzoek niet onderschatten

De Vlaamse landbouwsectoren kampen met een mestoverschot. Ze produceren meer dierlijke mest dan ze op een milieukundig verantwoorde wijze kunnen afzetten op hun landbouwpercelen. Tegelijk dienen ze kunstmest toe om in de gewasbehoefte te voorzien. Dierlijke mest toedienen is wettelijk beperkt. Bij kunstmest is het bovendien gemakkelijker in te schatten wanneer de nutriënten zullen vrijkomen, en de teler kan extra bijbemesten tijdens de teelt. Er zijn al innovatieve technologieën die nutriënten uit mest recupereren en nieuwe, herwonnen meststoffen produceren met eigenschappen gelijkaardig aan die van kunstmest. Maar de Europese wetgeving erkent herwonnen meststoffen voorlopig niet als kunstmest.

 
Bemestingsefficiëntie en milieurisico’s
 
“Als we kunnen aantonen dat de stikstofefficiëntie gelijkaardig is aan die van kunstmest én dat er geen extra risico’s zijn voor het milieu, dan zet dat de deur open naar de erkenning van enkele van die herwonnen meststoffen als kunstmest”, licht Tomas Van De Sande toe. Als onderzoeker bodem en bemesting concentreert hij zich al enkele jaren op het onderzoek naar herwonnen meststoffen in Inagro. Via een meerjarige veldproef doet hij bijvoorbeeld ervaring op met herwonnen meststoffen. Hij gaat na wat de bemestingsefficiëntie in het veld is en welke risico’s er zijn voor het milieu.
 
Een huzarenstukje
 
Twee hectare landbouwgrond van proefveldhouder Ivan Pollefliet in Zwevezele doet dienst als proefveld voor de meerjarige veldproef. Daarop onderzoekt Inagro welke herwonnen meststoffen potentieel hebben als kunstmestvervanger. Zeven producten, toegediend in drie dosissen, en twee referenties zijn samen goed voor honderd kleine veldjes. Om de bodemstructuur niet te beschadigen, mag de injecteur elk veldje maar een keer berijden. Dat maakt de veldproef technisch gezien een huzarenstukje. “In de praktijk wegen bemestingsmachines voor vloeibare organische mest zo’n 30 ton. Ze hebben een werkbreedte van ongeveer negen meter. Het is onmogelijk om daarmee een veldproef aan te leggen met 100 verschillende plots. Daarom ontwikkelde Slootsmid een kleinere, lichtere, gespecialiseerde proefveldbemester. Zonder die machine was dit technisch hoogstandje zo goed als onmogelijk”, gaat Tomas verder.
 
Van ploegen over zaaien en beregenen tot oogsten, plichtsbewust bewerkt Ivan het proefveld volgens de afspraken met Inagro. Enkel de bemesting laat hij over aan de onderzoekers. “Zelf kamp ik niet met een mestoverschot, maar ik ben de werking van Inagro en dergelijk vooruitstrevend onderzoek wel genegen”, stelt Ivan. “Bepaalde producten in de proef hebben een uitgesproken effect op het gewas, en dat maakt mij nieuwsgierig.” Zulke grote verschillen in het veld had ook Tomas niet verwacht. “De droogte heeft ons wel parten gespeeld, maar ook dat draagt bij aan het totaalplaatje van de haalbaarheid van herwonnen meststoffen in de praktijk”, vult hij aan.
 
(Lees verder onder de foto.)
Foto_Blog_HerwonnenMeststoffen_03062021_1.jpg
 
Belangrijk deel van een groter geheel

Met dat totaalplaatje in het achterhoofd verwijst Tomas naar de SafeManure-studie van het Joint Research Centre van de Europese Commissie. Het JRC pikt resultaten op van onderzoek in heel Europa om de mogelijke criteria te bepalen om gerecupereerde stikstofmeststoffen, geheel of gedeeltelijk afkomstig uit dierlijke mest, te kunnen toepassen als kunstmestvervanger. “We mogen de impact van ons onderzoek niet onderschatten. Het is deel van een groter geheel, op Europees niveau zelfs”, stelt Tomas.
 
Net dat aspect van onderzoek is volgens Ivan vaak een blinde vlek voor landbouwers. “Misschien staan we te weinig stil bij de impact van bepaalde proeven. We zien een bemestingsproef, maar kennen de reikwijdte niet”, verduidelijkt hij. Dat vindt onderzoeker Tomas ook niet altijd nodig. “Het is aan ons om de essentie te halen uit meerdere proeven en daarmee een coherent verhaal te vertellen aan de landbouwer”, stelt hij. “Met deze proef vertellen we een boodschap aan de beleidsmakers. Tegelijk verzamelen we kennis die de landbouwer in de toekomst hopelijk kan toepassen.”
 
 
(Lees verder onder de foto.)
 
Foto_Blog_HerwonnenMeststoffen_03062021_2.jpg

 
 
 
Promo_Banner_Website_jaarverslag_2020_1100px.jpg


Gekoppelde thema's & sectoren: Energie En Groene Grondstoffen | -- Algemeen --