Vergunningen op land- en tuinbouwbedrijven staan sterk onder druk. Zeker in landschappelijk waardevol agrarisch gebied worden veel vragen gesteld over de geplande bouwwerken en hun inpasbaarheid in het omliggende landschap. Ook gemeenten kijken kritisch naar die aspecten. Naar aanleiding van de vele problematieken bij vergunningen besliste de deputatie van de provincie West-Vlaanderen om sterker in te zetten op een kwalitatievere landschappelijke integratie van de bedrijven in het buitengebied. Dat resulteerde in een nota die een aantal lijnen uitzet.

Uitgebreidere dossiersamenstelling voor West-Vlaamse klasse 1 bedrijven in agrarisch gebied

Via de nota vraagt de deputatie aan de land- en tuinbouwers om voldoende informatie samen te brengen in het vergunningsdossier. De nota focust in de eerste plaats op de opgelegde dossierstukken. Daarnaast bevat ze een luik over visie op landschappelijke integratie en een luik over handhaving. In dit persbericht ligt de focus op het vergunningsdossier: hoe moet het eruitzien zodat het aspect landschappelijke integratie beter tot zijn recht komt?

 
Duidelijkheid over wat, waar, hoe en waarom

Als de land- of tuinbouwer een vergunningsdossier indient, dan moet hij ervan uitgaan dat de vergunningverlener (gemeente of provincie) zijn bedrijf niet kent en niet weet welke plannen het bedrijf heeft voor de toekomst. Daarom is het belangrijk om dat te verduidelijken in het dossier. Het dossier geeft met andere woorden een antwoord op de vragen wat, waar, hoe en waarom.
  • Wat wil de land- of tuinbouwer doen (bouwen)?
  • Waarom doet hij dat?
  • Waar gaat hij bouwen (inplanting)?
  • Hoe verhoudt het gebouw zich tot de andere gebouwen en tot de werking van het bedrijf (inclusief interne en externe mobiliteit)?
  • Hoe is de relatie van het gebouw met de omgeving?
  • Hoe gaat hij een aantal dingen precies aanpakken?
De land- of tuinbouwer kan eigenlijk maar een goed antwoord geven op die vragen als hij er zelf goed over nagedacht heeft. Experten kunnen hem daarbij helpen.
 
Landschappelijke integratie

Beplanting is een belangrijk element in landschappelijke integratie, net als architectuur, materiaalkeuze en inplantingsplaats. Bij de dossiersamenstelling moet de land- of tuinbouwer duidelijk maken welke inspanningen hij al leverde op het vlak van landschappelijke integratie. De vergunning voor een groot gebouw in landschappelijk waardevol gebied vereist bovendien meer visualisaties. “We vragen de land- of tuinbouwer voortaan om mee te geven wat opgelegd werd in vorige vergunningen, wat hij al dan niet uitgevoerd heeft en welke timing daaraan verbonden is. Die punten kan hij ondersteunen met foto’s”, klinkt het bij de deputatie.
 
Nodige documenten afhankelijk van type landschap en grootte gebouw

De samenstelling van het dossier hangt sterk af van de bestemming op het gewestplan waarin het landbouwbedrijf zich bevindt en de grootte van het nieuwe gebouw. Bij vergunningen wordt een onderscheid gemaakt tussen de gewone en de vereenvoudigde aanvraag.
– zie bijlage 1 voor verduidelijking
 
Voor gewone dossiersamenstelling geldt:
  • In agrarisch gebied (= categorie B) zijn enkel basismotiveringsnota en documenten over landschappelijke integratie noodzakelijk.
  • In landschappelijk waardevol gebied, de noordzeekustzone en ruimtelijk kwetsbaar gebied (= categorie A) zijn extra motivatie en visies vereist.
  • Voor een groot gebouw (meer dan 60 meter lang) in landschappelijk waardevol gebied (= categorie A met extra verhoogde aandacht) worden nog meer visualisaties gevraagd. Die dossiersamenstelling is ook noodzakelijk voor mestverwerkings- en biogasinstallaties in alle gebieden.
Voor eenvoudige dossiersamenstelling (bij kleinere gebouwen van minder dan 500 m² en/of minder dan 3000 m³) wordt in landschappelijk waardevol agrarisch gebied categorie B gehanteerd. In agrarisch gebied is deze nota voor deze vereenvoudigde aanvragen niet van toepassing.
 
Een louter “inbreidingsproject” valt buiten deze categorisering. Voor veranderingen in bestaande gebouwenconfiguraties is de nota ook niet van toepassing. Er wordt in het dossier best meegegeven waarom een extra plan en een motivatie over landschappelijke integratie niet nodig zijn.
 
Dossiersamenstelling

Een dossier in categorie B moet deze documenten bevatten:
  • motiveringsnota over de keuze voor het gebouw of de constructie
  • motiveringsnota over het gebouw of de constructie en de inplantingsplaats  
  • landschapsintegratieplan met
    • een plantenlijst
    • verduidelijking over beheer en onderhoud van de planten
    • het eigenlijke beplantingsplan
    • een motiverings- en visienota
    • visualisatie aan de hand van foto’s
  • overzicht van inspanningen voor landschapsintegratie die al geleverd zijn via
    • nota
    • fotoreportage
Een dossier in categorie A moet deze documenten bevatten:
  • alle documenten die nodig zijn in categorie B
  • een uitgebreidere motiverings- en visienota voor de landschappelijke integratie, die sterk uitgebreid is met een beschrijving van
    • de kenmerken van het landschap
    • aanwezige en nieuwe groenelementen en samenhang met de voorziene constructies
    • evaluatie van het ruimere landschap rond de inrichting
    • beschrijving van de eventuele andere bedrijven in de omgeving
  • extra visualisatie met ‘typefiches’, die tonen hoe een bepaald voorzien planttype er in de praktijk uitziet.
 
Een dossier in categorie A met extra verhoogde aandacht moet deze documenten bevatten:
  • alle documenten die nodig zijn in categorie B en A
  • profielsnedes die de hoogte en het volume van de constructies en de groenelementen verduidelijken
  • aanvullende schetsen of een 3D-dimensionering die de geplande toestand van de site voorstellen.

Inagro staat land- en tuinbouwers bij

Voor advies kloppen heel wat West-Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven aan bij Inagro. Het onderzoeks- en adviescentrum heeft dan ook jarenlange ervaring in de opmaak van landschappelijke integratieplannen op en rond landbouwbedrijven. “Bij de opmaak van het landschappelijke integratieplan benaderen we altijd het volledige bedrijf én het landschap, en niet enkel het onderwerp van de vergunning. Het spreekt voor zich dat we onze planopmaak aanpassen om de gevraagde inhoud aan te leveren”, vertelt Kathleen Storme, adviseur bedrijfsintegratie bij Inagro.
 
Met een goed doordacht plan en bijhorende motivatie wil Inagro tegemoetkomen aan de vragen van de deputatie, maar vooral werken aan goed geïntegreerde land- en tuinbouwbedrijven, die een geheel vormen met het landschap.  De basiswerking blijft gratis voor actieve West-Vlaamse land- en tuinbouwers en behelst de opmaak van het integratieplan met bijhorende motivatie en -visienota en visualisaties. Voor dossiers in landschappelijk waardevol gebied met verhoogde aandacht (categorie A met extra verhoogde aandacht) vragen de extra visualisaties met doorsnedes en schetsen of 3D-dimensionering wel extra tijd. Daarvoor geldt een forfaitprijs van 248 euro (excl. BTW).
 
Voor langetermijnplannen moedigt Kathleen land- en tuinbouwers aan om tijdig de ondersteuning van Inagro in te roepen. “Adviezen over bedrijfsontwikkeling en agrarische architectuur vraag je best al aan in de droomfase. Zo kunnen we de opmaak van de motiveringsnota over de keuze van een specifiek gebouw en de inplantingsplaats op ons nemen.”
 
Timing
 
De dossiers die ingediend worden vanaf 15 juni moeten voldoen aan deze vereisten voor de samenstelling van het vergunningsdossier. Tot dan geldt er een overgangsperiode. Maar ook die dossiers moeten de nodige informatie over landschappelijke integratie bevatten.
 
> Dit artikel is een samenvatting van de beslissing van de deputatie. Bekijk de volledige nota.
Gekoppelde thema's & sectoren: Landbouw In Zijn Omgeving