Om het nitraatresidu in het najaar te beperken, moet je doordacht omgaan met gescheurd meerjarig grasland in het voorjaar. Om de mogelijkheden van maïs na gras in beeld te brengen, legde Inagro een proef aan met gelijktijdige zaai en onderzaai van gras onder maïs op een perceel waar driejarig grasland werd gescheurd. Met deze proef willen we nagaan in welke mate gras, ingezaaid in de maïs, de vrijgestelde stikstof kan opnemen wanneer de maïs minder stikstof opneemt. 

 
 
Onderzaai gras in mais na gescheurd grasland

Proefopzet 

Voorteelt: driejarig grasland 

Objecten: 

  • Geen gelijktijdige zaai of onderzaai van gras
  • Gelijktijdig: Rietzwenk 15 kg (Tower)
  • Onderzaai 4-5 blad: Engels RG + Kropaar 15 kg (C232 - Maisgras)
  • Onderzaai 8-10 blad: Engels + Italiaans 15 kg (C250- Mais Onderzaai Mix)
  • Na de oogst van maïs: Italiaans RG + Snijrogge
De verschillende types legden we telkens onder twee bemestingsregimes aan: nulbemesting (oneven objecten) en bemesting volgens advies van 100 kg N/ha (even objecten).

Nitraatresidu 

Als je kiest voor onderzaai gras, zaai het gras dan wanneer er neerslag wordt voorspeld. Een minder ontwikkelde zode, zoals objecten 3 en 4 met rietzwenkgras (zie figuur), geeft geen meerwaarde in opname van stikstof. Dat is tegen de verwachting in, want het vroegst gezaaide gras krijgt de meeste tijd om stikstof op te nemen. Het Engels raaigras en Italiaans raaigras kiemden duidelijk beter en ontwikkelden goed dankzij de neerslag kort na het inzaaien. Dat vertaalde zich dan ook in een lager nitraatresidu in het najaar. Dit zijn objecten 5 tot 8 in de figuur, afwisselend advies- en nulbemesting.  

De vanggewassen die we na de oogst inzaaiden, Engels raaigras en rogge, konden niet snel genoeg ontwikkelen. Daardoor noteerden we geen verlaging van het residu. De extra mineralisatie als gevolg van bodembewerking en zaaien kan zelfs in het nadeel spelen. Wat een opbrengstvoordeel kan opleveren bij onderzaai, leidt in dit geval tot een te hoog residu. De maïs is immers van het veld en de groenbedekker moet nog kiemen. 


 

210415_nitraatresidu.jpg
Grafiek 1. Vergelijking van nitraatresidu (balken per object in drie lagen) bij zaai van groenbedekkers in verschillende stadia van de maisgroei in twee bemestingsregimes: nul- en adviesbemesting. 

 

Opbrengst 

Er blijken geen sterke verschillen te zijn in opbrengst. De hoogste opbrengst is gemeten in de onderzaai met Italiaans raaigras in het 8-10 blad van de maïs. De grond wordt wat beroerd bij onderzaai, ongeacht het stadium van de maïs. Dat brengt zuurstof in de toplaag en zet mineralisatie in gang. Daar kan de maïs van profiteren. 

210415_opbrengst.jpg
Grafiek 2. Opbrengstgegevens van maïs bij zaai van groenbedekkers in verschillende stadia van de maisgroei in twee bemestingsregimes: nul- en adviesbemesting.
 

Conclusie
 

Uit deze proef concluderen we dat je doordacht moet omgaan met een stikstofgift in een gescheurd graslandperceel met maïs als volgteelt. Extra bemesting met drijfmest of kunstmest bleek niet noodzakelijk voor een goede maïsopbrengst. Meer nog, snelgroeiend gras inzaaien, zoals Italiaans raaigras, in een later stadium (8-10 blad maïs) gaf in deze proef een betere opbrengst en een lager nitraatresidu. De ontwikkeling van vanggewassen na de oogst komt echter te laat om nog een duidelijke verlaging te bekomen van het nitraatresidu op een perceel na gescheurd grasland. Na gescheurd grasland kan het zelfs interessanter zijn om een andere teelt te zaaien, die een hogere stikstofbehoefte heeft, zoals voederbieten. 


 

Lees meer op de website van LCV


 

Dit onderzoek werd uitgevoerd in het demonstratieproject “Functioneel inzetten van groenbedekkers bij maïs”.
 

210515_logo_demonstratieproject_vanggewassen.jpg
 

Gekoppelde thema's & sectoren: Akkerbouw | Melkveehouderij | Vleesveehouderij