Bepaalde plant- en diersoorten die typisch zijn voor de akkerbouw kennen een achteruitgang. Om die achteruitgang om te buigen naar een vooruitgang stellen we onder meer de beheerovereenkomst voor akkerfauna in Vlaanderen aan de kaak in het PARTRIDGE-project. Inzichten die we verzamelden via diepte-interviews toetsen we nu af in een bevraging van uitsluitend landbouwers en jagers. De enquête staat online sinds 1 maart en zal twee maanden lopen. Jij doet toch ook mee?

Hoe denk jij als landbouwer over de beheerovereenkomsten akkerfauna?

"De biodiversiteit in Vlaanderen staat onder druk, niet in het minst op onze akkers en landbouwgronden. Met het PARTRIDGE-project gaan we op zoek naar de knelpunten en succesfactoren om de planten en dieren het leven op onze Vlaamse akkers gemakkelijker te maken", vertelt Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir als het gaat over ons internationaal project PARTRIDGE.

Daarin werken we samen met andere Europese partners adviezen uit voor beheerovereenkomsten die meer en beter bijdragen aan de beoogde biodiversiteitsdoelstellingen. Daarvoor organiseerden we eerder al diepte-interviews. Op basis daarvan stelden we nationale rapporten op. In Vlaanderen ging dat concreet over een evaluatie van het VLM-instrument beheerovereenkomsten voor akkerfauna.

Om onze adviezen kracht bij te zetten, willen we onze eerdere bevindingen aftoetsen bij landbouwers en jagers via een enquête. Het streefdoel is minstens 1.000 antwoorden per deelnemend land te verzamelen. Help jij onze inzichten verder te onderbouwen? Vul dan zeker onze enquête in.

> Ga naar de enquête.

"Ik kijk uit naar de wetenschappelijk onderbouwde inbreng van onze landbouwers en jagers. Hopelijk kunnen zij met hun kennis vanop het veld een grote meerwaarde bieden aan dit project", voegde Zuhal Demir nog toe.

 

Eerdere inzichten

Wat zijn de succesfactoren en verbeterpunten om de effectiviteit te verbeteren van de beheerovereenkomst voor akkerfauna? Om een antwoord te geven op die vraag zijn in de verschillende landen diepte-interviews afgenomen, waarvan vijftien in Vlaanderen. De helft van de geïnterviewden waren landbouwers en jagers omwille van hun praktijkervaring met het instrument. De andere geïnterviewden zijn bevraagd vanuit hun rol als onderzoeker, beleidsmaker, ondernemer, adviseur voor landbouw, vertegenwoordiger van een natuurvereniging of vertegenwoordiger van de landbouwsector.

De resultaten uit de interviews zijn geclusterd in vijf thema’s. Een eerste thema bespreekt de organisatie van het instrument en de inhoud van de pakketten. Een tweede thema gaat over de praktische uitvoering van de maatregelen. Een derde thema’s bundelt de mening van de respondenten over de vergoeding van de beheerovereenkomst voor akkervogels en de wijze van berekening van die vergoeding. Een vierde luik geeft de resultaten weer die te maken hebben met motivatie en vertrouwen. Een vijfde deel behandelt ten slotte de resultaten m.b.t. kennis en communicatie.

De Vlaamse geïnterviewden ervaren dit onder meer als succesfactoren:

  • het belang van controle van de beheerovereenkomst en de monitoring van de resultaten op het terrein;
  • dat beheerovereenkomsten helpen in het naleven van regels, zoals de 1 meter teeltvrije zone langs een beek;
  • dat landbouwers en jagers tevreden zijn over de hoogte van de vergoeding voor de beheerovereenkomst akkerfauna;
  • dat landbouwers – zeker voor agrarisch natuurbeheer - de meest geschikte personen zijn om aan natuurbeheer te doen;
  • dat het belangrijk is om landbouwers te betrekken in het beheer van natuur waardoor/zodat de kennis bij de landbouwers behouden blijft.

Aandachtspunten die aan bod kwamen in de interviews waren onder andere:

  • de nood aan verfijning van de huidige beheergebieden waar een beheerovereenkomst akkerfauna aangevraagd kan worden;
  • het sterker betrekken van landbouwers met een groot deel van hun bedrijfsoppervlakte onder beheerovereenkomsten bij het bepalen van de maatregelen in de beheerovereenkomst;
  • de nood aan sensibilisering gevraagd voor het niet betreden van de beheerovereenkomst door derden;
  • dat de motivatie om in te stappen in een beheerovereenkomsten akkerfauna nog te veel op het financiële aspect ligt en te weinig vanuit bezorgdheid over het milieu en bodem;
  • dat landbouwers vooral zelf moeten tevreden zijn over hun resultaat zodat zij zelf hun collega’s gaan motiveren om een beheerovereenkomst af te sluiten (ambassadeurschap);
  • de nood aan informatie op maat van landbouwers, wetenschappelijk correct maar vooral begrijpelijk, die uitleggen waarom bepaalde maatregelen, zoals een latere maaidatum, opgenomen zijn in de beheerovereenkomst.

De meeste van die succesfactoren en aandachtspunten zijn niet nieuw voor Vlaanderen en worden ook in een reeks van andere recente onderzoeken en evaluaties naar voren gebracht.

 

Wat nu?

De interviews hebben de onderzoekers uit PARTRIGE geholpen om een behoorlijk goed en representatief beeld te krijgen hoe landbouwers en jagers de beheerovereenkomsten akkerfauna ervaren en beoordelen. De VLM bereidt momenteel samen met alle projectpartners een internationaal rapport voor dat de resultaten van de verschillende landen zal bundelen en bespreken.

> Lees het Vlaamse rapport.

Meer info

Contactpersoon in Inagro:
Ruben Mistiaen
T 051 27 33 19
E Ruben.Mistiaen@inagro.be

 

Over PARTRIDGE

PARTRIDGE is een Interreg IVB North Sea Region project dat loopt tot midden 2023 met vijf deelnemende landen of regio’s: UK - Engeland, UK - Schotland, Duitsland - Nedersaksen, Nederland en België - Vlaanderen. Interreg North Sea is een programma van de Europese Unie ter bevordering van de economische, ecologische, sociale en territoriale toekomst van de ruimte van Noordwest-Europa. Ze financiert activiteiten op basis van de samenwerking tussen partners uit acht landen: België, Frankrijk, Duitsland, Ierland, Luxemburg, Nederland, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk. - http://northsearegion.eu/partridge/

PARTRIDGE_logo.jpg


Gekoppelde thema's & sectoren: Akkerbouw | Landbouw In Zijn Omgeving