ChiQon onderzoekt de link tussen de evolutie in pittemperatuur en ongewenste verkleuringen en pitafwijkingen. Die zijn vaak het gevolg van niet optimale forceercondities. Door de pittemperaturen op te volgen, krijgen we een beter zicht op de inwendige ontwikkeling van witloof. Samen met VCBT ontwikkelen we een model dat witlooftelers kan helpen om de lucht- en watertemperaturen in de forcerie te sturen.

De inwendige ontwikkeling van witloof opvolgen in de forcerie

Kwaliteit in de forcerie

Witloof moet voldoen aan hoge kwaliteitsstandaarden. Hoe beter de sortering, hoe hoger de vergoeding die je voor het witloof kan krijgen. De kroppen moeten er niet alleen mooi uitzien aan de buitenkant met een regelmatige vorm, stevig uiterlijk en spitse gesloten top, maar ook langs de binnenkant. Een te lange pit, pitafwijkingen en inwendige roodverkleuring zijn absoluut niet gewenst. De veiling is daar dan ook heel streng op.

De inwendige afwijkingen zijn deels het gevolg van niet optimale forceercondities. De optimale forceertemperatuur is sterk afhankelijk van het gebruikte ras en de rijpheid van de witloofwortelen. Momenteel wordt in een hydrocultuur de lucht- en watertemperatuur nauw opgevolgd tijdens het forceren.

De temperaturen worden dan bijgestuurd volgens het gevoel van de teler op zicht van de uitwendige ontwikkeling. Het zou interessant zijn indien we ook de inwendige kwaliteit van de krop kunnen opvolgen in de forcerie zonder kroppen te beschadigen. Dit onderzoeken we in ChiQon, een project dat een kwaliteitsverbetering doorheen de hele productieketen van witloof beoogt.


roze pit en bruine pit witloof.jpg

Temperatuursensoren voor de inwendige temperatuur

Met Pt1000 temperatuurprobes kunnen we de temperatuur in de krop vanop afstand volgen. Enkele experimenten gaven aan dat we de temperatuursensoren best onder een loodrechte hoek net onder het groeipunt plaatsen. Bij een witloofteler plaatsten we sensoren die de pittemperaturen opvolgden van intafelen tot oogst. Om plaats te hebben voor de bedrading plaatsten we enkele dunne houten latjes tussen de witloofwortelen.


Pittemperaturen ingetafelde wortels.jpg


Na de oogst plaatsten we de wortels in bewaring. Zo konden we na twee weken de kwaliteit meten. De geobserveerde witloofwortelen kregen een mooie krop met goede sortering. Slechts 12% van de kroppen was gespleten door de sonde. Met wat oefening kunnen we dat misschien nog verbeteren.

Dit was maar een eerste ronde. Gedurende de volgende twee jaar zullen we verschillende rassen en forceercondities opvolgen.

Sneller bijsturen dankzij een model  

Alle pitafwijkingen, verkleuringen en pitlengtes werden genoteerd. Samen met VCBT ontwikkelen we vervolgens een model dat witlooftelers kan helpen om de lucht- en watertemperaturen in de forcerie te sturen. Zo kan je bij een te snelle groei van de kroppen, die tot afwijkingen zou kunnen leiden, ingrijpen nog voor er zichtbare gevolgen zijn.

IMG_20210216_130127.jpg

Dit onderzoek kadert in het VLAIO LA-traject “ChiQon” en is een initiatief van Nationale proeftuin voor Witloof VZW, Inagro, KU Leuven en VCBT. Financiering is mogelijk dankzij het Agentschap Innoveren en Ondernemen.

logo_Innoveren_ondernemen.jpg

Gekoppelde thema's & sectoren: Witloof | Smartfarming