Vorige zomer legden we een rassenproef met courgette aan. In deze proef met 14 rassen zochten we naar nieuwigheden met potentieel. Mirza (Clause) was als oude waarde outstanding met bijna 30 marktbare vruchten/plant. Het nieuwe ras HMC 24132 (Clause) en het gekende ras Explorer (Gautier) volgden met een kleine 10% lagere productie. Ook HMC 24113 (Clause), Onega (Bejo), Zefiros (Syngenta) en Milos (Syngenta) scoorden behoorlijk. Ladoga (Bejo) kon de goede resultaten van verleden jaar niet bevestigen, en ook Keesha (Enza) viel door kleurafwijking tegen. Na bewaring kwamen HMC 24132 en Milos (Syngenta) het best voor de dag.

Rassenproef courgette zomer 2020

Nuttigen sparen

De proef vond plaats op het FAB-perceel van Inagro. “FAB” staat voor Functionele AgroBiodiversiteit. Op dat perceel zetten we structureel en maximaal in op de bevordering van natuurlijke vijanden van plaaginsecten met behulp van bijvoorbeeld bloemenranden, gemengde hagen en een keverbank.

Daarom kozen we ervoor om het onkruid mechanisch te bestrijden met de rolschoffel. Het was de bedoeling dat we bladluizen pas bij erge aantasting zouden aanpakken met chemische middelen die zacht zijn voor de natuurlijke vijanden. Daarvoor raadpleegden we de neveneffectenlijst van Biobest en/of Koppert via de gewasbeschermingsapp van Inagro. Met dank aan onder andere sluipwespen, gaasvliegen en roofwantsen hoefden we geen chemische bestrijding toe te passen.

 

Virusplanten asap verwijderen!

Deze aanpak houdt vooral risico’s in voor de ontwikkeling van virussen. Op het proefveld hebben we twee planten moeten verwijderen met CMV. Gelukkig kon het virus niet verder uitbreiden doordat we de verdachte planten verwijderden bij het kleinste vermoeden van ziekte. Naast een bladluisbestrijding is blijkbaar een snelle verwijdering van aangetaste planten cruciaal. Plukkers kunnen daar in de praktijk een belangrijke rol in spelen. We verwijzen graag naar deze specifieke brochure en PowerPoint-presentatie. Op een ander perceel werden tot twee maal toe van ieder ras wat planten geïnfecteerd met CMV (komkommermozaïekvirus) en WMV (watermeloenmozaïekvirus) om de rasgevoeligheid en het ziektebeeld te onderzoeken. Spijtig genoeg konden we daar geen infectie bekomen.

 

Zeer warm en droog

De proef startte in vrij goede omstandigheden. Na een dertigtal dagen, omstreeks half juni, zagen we de eerste vrouwelijke bloemen. Een goeie veertien dagen later plukten we de eerste vruchten. Opvallend was dat de meest productieve rassen een tegenovergesteld productieverloop kenden. Het zwaartepunt van de productie bij Explorer lag in de eerste zes weken. Bij Mirza eerder in de laatste vier weken. Ook HMC 244113 en HMC24132 waren productief en iets constanter in hun productie.

 

Legering ernstig probleem

Bij Keesha en SQ111573 noteerden we vrij veel zijscheuten. Zijscheuten betekenen behoorlijk wat extra werk voor de teler. Na vier weken productie namen we al wat legering waar. Vooral bij Explorer, Ladoga en SQ111573 kwam dat het sterkst tot uiting. Tegen het einde van de productie was legering vooral een probleem bij Explorer, Ladoga en SQ111573. Bij sterk legerende rassen moest vrij veel ingeleverd worden door schuurschade en vruchten met een kleurafwijking. Bij Explorer werd dat gecompenseerd door een hoog bruto aantal vruchten. Bij Ladoga en SQ111573 had het probleem duidelijk een negatief effect op het rendement.  

 

Zware druk van witziekte

Witziekte namen we pas laat waar. Ladoga, Milos en Zefiros waren het meest aangetast. Explorer, Keesha, Mirza en vooral Fenna waren beduidend minder aangetast door witziekte.

witziekteresized.jpg

Foto: Zware aantasting door witziekte of echte meeldauw. Er zijn rasverschillen, maar die waren in deze proef niet significant. Uiteindelijk raken alle rassen zwaar tot vrij zwaar aangetast. Er zijn diverse fungiciden erkend, onder andere spuitzwavel.

Houdbaarheid belangrijk

Vooral Milos en HMC24113 kwamen heel goed uit de bewaring. Ze hadden dat vooral te danken aan een mooie gave huid van de vrucht.

 

 

> Bekijk het volledige verslag van deze proef.