Walnoot is een populaire keuze bij Vlaamse en Nederlandse pioniers in agroforestry. Zeer laat uitlopende variëteiten vormen mogelijks een extra troef in agroforestry. Voorlopig zijn deze niet commercieel beschikbaar en zijn teeltrelevante eigenschappen onvoldoende gekend. In samenwerking met landbouwers en notenexperten starten we een langlopende proef met zeer laat uitlopende variëteiten. Zonet gingen de eerste bomen in de grond!  

Aanleg proef zeer laat uitlopende notenvariëteiten in agroforestry

Veelzijdige walnoot wekt interesse bij Vlaamse telers

De interesse voor walnoot bij Vlaamse agroforestrytelers is geen toeval. Het hout en/of de noten zijn beiden hoogwaardige producten met een goede marktwaarde. Naast de verkoop van verse of gedroogde walnoten worden de vruchten ook vaak verwerkt in olie of likeur. Ook als veevoeder is er mogelijks een rol weggelegd voor noten, bladeren en twijgen van de notelaar. Walnoten (en hun afgeleide producten) worden nog altijd hoofdzakelijk geïmporteerd vanuit Zuid-Europa en Amerika. De algemeen groeiende aandacht voor lokale productie (alsook lokale plantaardige eiwitproductie) en het toenemende aantal winterharde variëteiten bieden steeds meer kansen voor notenteelt in Vlaanderen.

2021-01-Buxusberg.jpg
Buxusberg als voorbeeld van lokale Vlaamse notenproductie in agroforestry.
© Buxusberg


Goede optie in agroforestry

Ook op teeltvlak is walnoot specifiek geschikt voor de toepassing in agroforestry. De meeste walnootvariëteiten blijven eerder laag, hebben een open kroon, komen relatief laat in blad en verliezen de bladeren weer vroeg in de herfst. Dat zorgt ervoor dat de competitie voor licht met tussengewassen eerder beperkt blijft in vergelijking met veel andere boomsoorten. Bladeren van walnoten zijn bovendien nutriëntenrijk en breken snel af, wat zorgt voor een natuurlijke aanrijking van nutriënten in de bodem. Wanneer er vee onder de notenbomen graast, kunnen de afgevallen noten daarnaast ook een interessante aanvulling zijn op het rantsoen.


Zeer laat uitlopende rassen vormen mogelijks extra troef

Er is een grote variatie in het tijdstip van uitlopen en bloei tussen verschillende variëteiten van walnoot, gaande van maart tot begin juni. Eerdere samenwerkingen met notenexperten en -telers wezen ons op het mogelijks onbenutte potentieel van zeer laat uitlopende variëteiten, die pas eind mei - begin juni uitlopen en in blad komen. Die eigenschap verlaagt de schaduwdruk op tussengewassen en vermindert de gevoeligheid voor late nachtvorst (en mogelijks ook schimmelinfecties). Een betere spreiding van het oogstseizoen van walnoten kan bovendien een meerwaarde zijn naar de afzetmarkt.

2021-01-timingnoten.jpg
Deze foto illustreert de variatie in timing van uitlopen bij walnoot. De foto werd half mei genomen. Van links naar rechts zie je een normaal vroege (half april), middentijdse (begin mei) en laat (eind mei) uitlopende variëteit.
© Eric Van de Plas


Opstart langdurige proefpercelen in samenwerking met telers

Zeer laat uitlopende walnootvariëteiten zijn nog niet commercieel beschikbaar en veel van hun teeltrelevante eigenschappen blijven vooralsnog ongekend. Onder leiding van het ILVO en in nauwe samenwerking met een aantal notenexperten bestudeert Inagro de komende jaren het potentieel van zeer laat uitlopende rassen in agroforestry.

2021-1-aanplantbomen.jpg
Telers engageren zich voor de aanplant en deels ook voor de opvolging van de bomen in de toekomst.

De afgelopen twee jaar identificeerden notenkenners verschillende zeer late variëteiten doorheen Vlaanderen. Die werden door een boomkweker vermeerderd, en deze winter planten we jonge exemplaren van deze zeer laat uitlopende variëteiten op vijf locaties in Vlaanderen en twee locaties in Nederland. In totaal worden ruim 200 zeer laat uitlopende bomen aangeplant, behorende tot 18 verschillende variëteiten, waarvan minstens drie exemplaren per variëteit per locatie.

De aangeplante bomen worden vanaf dit jaar volgens een eenvoudig protocol door landbouwers en projectpartners opgevolgd. Zo kijken we onder meer naar hun vegetatieve ontwikkeling, bloeitijdstip, vorstgevoeligheid en ziektegevoeligheid. Opvolging van deze bomen zal na afloop van het project verdergezet worden, waarbij op langere termijn ook bestuiving, dracht en productie geëvalueerd kunnen worden, net zoals de impact van de bomen op de tussenteelt.

2021-01-notenperceel.jpg
Perceel met walnoot in aanplant, bestaande uit courante en laat uitlopende variëteiten. Onder de notenbomen zal vee grazen.

2021-01-boombescherming.jpg
Een goede bescherming van de bomen moet verhinderen dat ze beschadigd worden door het grazende vee.


Meer info
Ruben Mistiaen
E: ruben.mistiaen@inagro.be
T: 051 27 33 19


Dit onderzoek wordt gesteund door de Vlaamse overheid en kadert in het VLAIO LA-traject ‘AGROFORESTRY 2025’.

VLAIO.jpg