Tussen 15 oktober en 15 december kon je je kandidaat stellen om een gecombineerde waterput aan te leggen in samenwerking met de Provincie West-Vlaanderen. Met dit project wil de provincie private partners ondersteunen bij de uitbreiding van hun persoonlijke watervoorraad en tevens investeren in extra buffercapaciteit tegen wateroverlast. Zo heeft de private partner een grotere watervoorraad, beschikbaar en bruikbaar in droge periodes. Daarnaast wordt de gemeenschap beschermd tegen overstromingsdreiging. Kwam jouw project niet in aanmerking of heb je je niet kandidaat gesteld, maar wil je graag je persoonlijke watervoorraad uitbreiden? Ga dan zelf aan de slag! Wat heb je daarvoor nodig en hoe ga je hiermee van start? Dat lees je hier!

Indienperiode provinciaal waterputtenreglement gemist? Ga zelf aan de slag!

Met het provinciaal waterputtenreglement wil de provincie in samenwerking met een private partner een gecombineerde waterput aanleggen in verbinding met de waterloop. Die waterput heeft twee functies: water opsparen dat gebruikt kan worden door de private partner en water bufferen tegen wateroverlast. Het voordeel van zo’n waterput is dat ze aangevuld kan worden met oppervlaktewater, waardoor je mogelijks meer water ter beschikking krijgt.

Onlangs werd een nieuwe intekenperiode gelanceerd, waarbij private partners zich kandidaat konden stellen. Heb je je niet kandidaat gesteld of voldeed je voorstel niet aan de vereiste voorwaarden om kans te maken, maar wil je je persoonlijke watervoorraad wel uitbreiden. Dan kan je zelf een waterput aanleggen en die eventueel ook in verbinding stellen met de waterloop. Belangrijk daarbij is wel om alles goed af te stemmen met de waterloopbeheerder! In dit nieuwsbericht geven we je een aantal tips.

 

Wat moet je doen om een open waterput aan te leggen?

Voor de aanleg van een open waterput heb je een Omgevingsvergunning nodig (bouwvergunning).

  • De vergunningsaanvraag moet een duidelijk ontwerp bevatten. Belangrijk in de opmaak van het ontwerp is om aan te geven waar je de grond zal afzetten (grondverzet). Op bepaalde locaties kan je mogelijks een deel van de grond opvoeren, maar dat moet je ook in een duidelijk ontwerp gieten. Het is van cruciaal belang dat de locatie waar je ophoging voorziet daarvoor geschikt is. Vraag het graven van je put en de afzet van de grond aan in één dossier. Zo is het voor de administraties duidelijk dat de ophoging te linken is aan de vergroting van waterbeschikbaarheid. Die link is een pluspunt in dossiers van grondverzet.
  • Naast het bouwluik moet de Omgevingsvergunning ook een milieuluik bevatten. Dat houdt in dat je een grondwatervergunning moet aanvragen voor het gebruik van het water uit de put. Het verbruik moet je registreren via een verzegelde en geijkte teller. Je moet daaropvolgend een grondwaterheffing betalen voor het gebruikte water, omdat het water in een open put (in verbinding met het grondwater) aanzien wordt als grondwater. Ook het toestromende oppervlaktewater wordt (eens het in de put toekomt) gelabeld als grondwater. Als je regenwater van een verhard oppervlak (bv. stal, loods …) in de open put laat stromen, mag je wel een vermindering in rekening brengen.

Hoe kan je je waterput in verbinding stellen met de waterloop?

Als je de open waterput aanlegt nabij een waterloop, kan je ze mogelijks in verbinding stellen. Zo kan je ongeveer hetzelfde concept realiseren als in het provinciaal waterputtenreglement, maar dan op eigen initiatief. De provincie, beheerder van de waterlopen 2e categorie, heeft enkele richtlijnen voor de aanleg van een waterput in verbinding met de waterlopen in hun beheer:

  • De afstand tussen waterloop en waterput is minstens 8 m.
  • De buisverbinding tussen waterput en waterloop bevindt zich op minstens 30 cm boven de beekbodem.
  • De put in verbinding met de waterloop moet je goed doorspreken met de waterloopbeheerder. Als je de Omgevingsvergunning indient, zal je een machtiging moeten krijgen bij de waterloopbeheerder.

Als je een waterput aanlegt in verbinding met de waterloop wordt dus gevraagd het ontwerp uit te werken en dat eerst af te stemmen met de provincie (waterloopbeheerder). Zo kan het ontwerp eventueel nog wat bijgestuurd worden waar nodig, vooraleer je de Omgevingsvergunning indient. Voor werken aan en nabij de waterloop is sowieso een machtiging van de waterloopbeheerder nodig, waarin specifieke voorwaarden opgenomen kunnen zijn. Een overleg met de waterloopbeheerder kan ervoor zorgen dat er meteen aan de nodige voorwaarden wordt voldaan. Wens je een put te verbinden met een waterloop die niet onder het beheer van de provincie staat? Neem dan zeker eerst contact op met de beheerder om na te gaan hoe die staat ten opzichte van een vaste verbinding tussen waterloop en waterput.

 

Vragen of meer info

Wil je nog wat meer informatie, dan kan je ons contacteren. Heb je vragen over de mogelijke locaties voor grondverzet, welke stappen je concreet moet ondernemen, hoe je de verbinding met de waterloop kunt realiseren… Neem dan contact op met Dries Mergaert via dries.mergaert@inagro.be of 051 14 03 62.

 

Gekoppelde thema's & sectoren: Water | -- Algemeen --