Niet alleen de natuur, maar ook een landbouwperceel zelf lijkt te profiteren van de aanleg van bloemblokken als maatregel voor de patrijs. We bekeken een aantal bloemblokken van dichtbij en zagen een spectaculaire toename in het aantal regenwormen. Slechts twee en een half jaar na aanleg, noteren we ruim een verzesvoudiging! Dit weerspiegelt zich ook in een zicht- en voelbaar betere bodemstructuur.

Bloemblokken brengen leven boven én in de grond

In de polders rond Ramskapelle bij Nieuwpoort legden acht landbouwers samen ruim 20 hectare volleveldse, meerjarige bloemblokken aan als maatregel voor de patrijs. Deze blokken met bloeiende en ruige vegetatie zijn gemiddeld 1 ha groot en worden zo beheerd dat ze patrijzen jaarrond dekking en voedsel opleveren. Tijdens het broedseizoen kunnen de patrijzen hun kroost hier ook veilig grootbrengen. De blokken liggen voor een periode van vijf jaar aan op hetzelfde perceel. De landbouwers worden in kader van het project PARTRIDGE voor hun inspanningen vergoed in lijn met de beheerovereenkomst ‘faunagewas’ van VLM.

Bloemblokken brengen periode van rust met zich mee...
Maar niet enkel de patrijzen kunnen de vruchten plukken van deze maatregel. Ook het perceel zelf kan hier baat bij hebben. Het aanleggen van zo’n maatregel zorgt er namelijk voor dat een landbouwperceel een tijdje relatieve rust krijgt. Een periode van vijf jaar waarin productie niet het hoofddoel is, waar er geen zware machines op moeten en geen kerende grondbewerking gebeurt, niet wordt bemest, geen gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt en jaarlijks grote hoeveelheden plantaardig materiaal de grond worden ingewerkt.

… en geven regenwormen een boost
Wat is nu de impact van deze rustperiode op de bodemkwaliteit en het bodemleven? We focussen hierbij op de regenwormen als cruciaal element van een gezonde bodem. Ze bevorderen immers de vruchtbaarheid van de bodem en zorgen voor een goede waterhuishouding op het perceel.
In het najaar van 2020 namen we twee van de PARTRIDGE bloemblokken onder de loep. De bloemblokken werden aangelegd in het voorjaar van 2018 en bevinden zich halverwege hun looptijd van vijf jaar. We telden de regenwormen en vergeleken de aantallen in de bloemblokken met die in percelen waarop de landbouwer bleef telen als voorheen. Op het moment van de staalname stond op die laatste een groenbedekker (gele mosterd, ingezaaid zonder kerende bodembewerking) in een stoppel van wintertarwe. Per bloemblok verzamelden we vier stukken grond van 20 op 20 cm breed en 20 cm diep en werden alle regenwormen geteld. We maakten hierbij onderscheid tussen de oppervlakkige strooiselbewoners, bodembewoners en de dieper gravende pendelaars.

Regenwormen partridgedef.jpg
Een bemonsterde PARTRIDGE bloemblok met ruige vegetatie (links boven), met staalnameput (links onder) en een normaal beteeld perceel met stoppel van wintertarwe met gele mosterd als groenbedekker (rechts boven), met staalnameput (rechts onder).

De tellingen tonen een opvallend verschil tussen de bloemblokken en de teelten. Het aantal regenwormen is 6 à 7 keer hoger in de bloemblokken (gemiddeld 1666 wormen per m²) dan in de teelten (gemiddeld 253 wormen per m²) (zie grafiek). De toegepaste staalnamemethodiek liet weliswaar niet toe om in de zware polderklei de dieper gravende pendelaars optimaal te bemonsteren. De verschillen in aantallen weerspiegelen hier dus vooral verschillen in het aantal strooiselbewoners en bodembewoners in de bovenste 20 cm van de bodem. Maar laat het nu net die strooiselbewoners zijn die kenmerkend zijn voor een zich goed ontwikkelende bodem. Naast de regenwormen zagen we ook opmerkelijk meer ander bodemleven (larves van loopkevers en kortschildkevers, duizendpoten,…) in de bloemblokken.

Regenwormengrafiekdef.jpg

Niet alleen in West-Vlaanderen, maar ook in Nederland werd gekeken naar regenwormen in de PARTRIDGE bloemblokken. In het gebied Oude Doorn (Noord-Brabant) gebeurde een gelijkaardige monitoring, met opvallend gelijklopende resultaten. Tellingen tonen er een sterk vergelijkbaar verschil tussen de bloemblokken en teelten waarbij ook de absolute aantallen regenwormen overeenkomen.

Ook de structuur van je bodem gaat erop vooruit
Naast de duidelijke verschillen in aantal regenwormen tussen de bloemblokken en de teelten, zagen we ook een verschil in de structuur van de bodem. De bovenste 20 cm van de bodem in de bloemblokken vertoonde ondanks de zware kleigrond een opvallend kruimelige en luchtige structuur (zie foto). De bodem in de beteelde percelen was daarentegen veel compacter en kruimelde nauwelijks. Bijkomende staalnames gericht op de bodemstructuur, worden verder in de loop van het project uitgevoerd.

RegenwormenBodemstructuurdef.jpg
De bodem van de bloemblokken (bovenaan en onderaan links) vertonen ondanks de zware klei een mooie, relatief kruimelige structuur waarin veel bodemleven wordt aangetroffen. Op de normaal beteelde percelen (rechts onder) is de structuur veel compacter, minder kruimelig en treffen we opvallend minder bodemleven aan.


Tijd voor welverdiende rust?
Toekomstig onderzoek zal moeten uitwijzen wat de impact van deze rustperiode en het toegenomen bodemleven is op de teelt wanneer de bloemblok terug in rotatie komt. Net zoals hoelang een eventueel positief effect blijft nawerken in de daaropvolgende teelten. Getuigenissen van landbouwers uit de Duitse PARTRIDGE gebieden, waar gelijkaardige bloemblokken vroeger al terug in productie werden genomen na een aantal jaren, doen het beste vermoeden.
Het lijkt alvast niet voorbarig om ervan uit te gaan dat veel van onze intensief beteelde percelen zouden profiteren van een rustperiode zoals het beheer van deze patrijzenbloemblokken het toelaat.

Meer info over het PARTRIDGE project.

 


Contactpersoon in Inagro:
Ruben Mistiaen
T 051 27 33 19
E Ruben.Mistiaen@inagro.be

 

PARTRIDGE_logo.jpg


Gekoppelde thema's & sectoren: Akkerbouw | Landbouw In Zijn Omgeving