Prei bemesten is niet evident. Door de trage startgroei en een lange teeltcyclus is het niet gemakkelijk om op het juiste moment op de juiste plaats voldoende stikstof beschikbaar te stellen, gecombineerd met een aanvaardbaar nitraatstikstofresidu tijdens de sperperiode. Hoewel er meestal uniform wordt bemest, zien we op percelen vaak een grote variatie in zowel de bodemtoestand als de gewasontwikkeling. Daarom willen we via het WikiLeeks-project telers bewuster maken van deze variatie binnen hun percelen en hen de meerwaarde tonen van een plaatsspecifiek bemestingsmanagement.

Prei plaatsspecifiek bemesten met precisietechnologie

Beredeneerd bemesten en op een objectief onderbouwde manier teeltbeslissingen nemen, wordt steeds belangrijker. Een plaatsspecifieke stikstofbemesting kan immers de opbrengst en kwaliteit van het eindproduct verzekeren, met een zo optimaal mogelijke inzet van meststoffen en een nitraatstikstofresidu dat binnen de wettelijke beperkingen blijft. Belangrijk is wel dat deze plaatsspecifieke bemesting gebaseerd is op de waargenomen gewasbehoefte en ook rekening houdt met de hoeveelheid stikstof die van nature vrijkomt door mineralisatie. Dat concept werken we in het WikiLeeks-project specifiek uit voor de preiteelt.

 

Intensieve monitoring van proefpercelen in 2020

Tijdens de tweede helft van juni werden zowel op Inagro als bij ILVO, PCG en PSKW bemestingsproeven prei aangelegd. Het doel van deze proeven bestaat erin het stikstofverloop in de bodem, als gevolg van verschillende bemestingsstrategieën, in kaart te brengen en te linken aan de gewasontwikkeling en de finale opbrengst.

Door de trage startgroei volstaat het, volgens het klassieke adviessysteem, om de bodemvoorraad bij het planten aan te vullen tot 120 eenheden werkzame stikstof in de 0-30 cm laag. Dit deden we in object 4. Objecten 2 en 3 kregen geen basisbemesting. Pas 6 tot 8 weken na het planten neemt de stikstofopname van prei toe en is een bijbemesting aangewezen om de plantbeschikbare stikstofvoorraad in de bodem aan te vullen tot 220 kg/ha in de 0-60 cm laag. Dit gebeurde in object 4. In objecten 2 en 3 werd slechts 50% van de geadviseerde bijbemesting toegediend (= 0-60 cm laag aanvullen tot 170 kg N/ha). In object 3 werd eind september wel nog bijbemest met bladvoeding (25 kg N/ha onder de vorm van ureum). Object 1 werd tijdens de hele teeltperiode niet bemest.

De tussentijdse opbrengstmeting begin november toonde weinig verschillen. Object 1 had op dat moment slechts een beperkt lagere opbrengst ten opzichte van de andere objecten. Tussen de objecten 2, 3 en 4 werden geen duidelijke verschillen vastgesteld. Nochtans kreeg object 2 in totaal zo’n 70 eenheden minder stikstof dan object 4. De eindoogst, inclusief opbrengst- en kwaliteitsbepaling, wordt voorzien in januari 2021.

Bij de bodemstaalname eind oktober was te zien dat objecten 1 en 2 een nitraatstikstofresidu halen lager dan de eerste drempelwaarde van het mestactieplan (< 85 kg/ha in de 0-90 cm laag). Bij object 3 lag het nitraatstikstofresidu op een kleine 110 kg/ha en bij object 4 werd 135 kg/ha gemeten (figuur 1).

N-verloop_WikiLeeks_20201126.JPG
Figuur 1: Evolutie van het nitraatstikstofverloop in de bodem (0-90 cm laag ) bij de 4 objecten

 

Opvolging van praktijkpercelen

Daarnaast worden dit teeltseizoen ook 10 praktijkpercelen, verspreid over Vlaanderen, opgevolgd met bodemscans en dronebeelden. Zo willen we in eerste instantie de variatie in respectievelijk bodemconditie en gewasontwikkeling van verschillende percelen detecteren en aan elkaar linken. Ook zullen we alle verzamelde data van deze percelen integreren op het online platform Watch-It-Grow. In een volgend nieuwsbericht gaan we dieper in op de waarnemingen en resultaten van deze percelen.

 

Plaatsspecifiek bemesten met taakkaarten

Alle verzamelde data van deze proef- en praktijkpercelen (incl. multispectrale dronebeelden waarmee we een objectieve inschatting kunnen maken van de gewasontwikkeling, bladkleur en algemene gezondheid van het gewas) worden vervolgens gekoppeld aan bestaande groei- en bodemmodellen die de stikstofbehoefte van het gewas bepalen. Daarmee is het de bedoeling om vanaf 2021 de optimale hoeveelheid minerale bijbemesting plaatsspecifiek te kunnen bepalen. Op basis van gewasmetingen, gecombineerd met modelsimulaties, wordt het zo mogelijk om taakkaarten op te stellen en percelen plaatsspecifiek bij te bemesten (zowel focus op vaste minerale korrelmeststoffen als op vloeibare meststoffen, toegepast met diverse technieken). Zo wordt er op het perceel alleen bemest waar het nodig is én met een aangepaste dosis. Via het kennisplatform www.groentenprecies.be houden we u in de toekomst alvast op de hoogte over de praktische implementatie van dergelijk plaatsspecifiek management (type machines, nodige besturingssystemen, enz.).

Bemestingstechnieken.JPG

Meer info?

Wil je meer info over het WikiLeeks-project, dan kan je terecht bij Tim De Cuypere via tim.de.cuypere@inagro.be of 051 27 32 87

Logo_20201125_WikiLeeks.png

Het VLAIO LA-traject ‘WikiLeeks: preciezer prei telen met precisielandbouw’ startte op 1 januari 2019 en loopt 4 jaar. Inagro coördineert het project en werkt hiervoor samen met ILVO, KU Leuven, VITO, PCG en PSKW. Het onderzoek wordt gefinancierd door het Agentschap Innoveren en Ondernemen en diverse co-financiers.

Gekoppelde thema's & sectoren: Bodem En Bemesting | Groenten Open Lucht | Smartfarming