Vanggewassen zijn een belangrijk onderdeel binnen MAP 6. Afhankelijk van de teelt en het gebiedstype waar het perceel is gelegen, zijn er verschillende voorwaarden. In dit nieuwsbericht vatten we alles nog eens samen.

Vangewassen binnen MAP 6

Je perceel is gelegen in gebiedstype 0
Hier zijn geen extra verplichtingen rond vanggewassen. Er zijn wel voorwaarden bij de uitrijregeling!

Binnen de uitrijregeling van dierlijke mest staat de inzaai van een vanggewas soms wel als bijkomende voorwaarde vermeld. Deze is overal, en dus ook in gebiedstype 0, van toepassing. Dus stel dat je bijvoorbeeld na de oogst van de wintertarwe in augustus nog gebruik maakt van type 2 (drijfmest) of type 3 (effluent, kunstmest) meststoffen, dan zal je een vanggewas moeten inzaaien.

> Lees meer over de uitrijregels op de website van VLM.  

Je perceel is gelegen in gebiedstype 1  
Op percelen in gebiedstype 1, 2 en 3, die geen zware kleigrond zijn, is de basisregel vanggewassen van toepassing. Die stelt dat je na een hoofdteelt geoogst (voor 31 augustus) een vanggewas moet inzaaien voor 15 september. Tenzij er een nateelt komt die geen vanggewas is.    

Dus een nateelt wintertarwe mag je na 15 september inzaaien, een nateelt gras moet je voor 15 september inzaaien aangezien gras een vanggewas is.  

De aanhoudperiode is dezelfde als deze binnen EAG: 30 november in de leemstreek en 31 januari in de overige streken.

Je perceel is gelegen in gebiedstype 2 of 3    
Op percelen gelegen in gebiedstype 2 of 3 is bovenstaande basismaatregel vanggewassen van toepassing.    

Doelareaal vanggewassen
Bijkomend moet elk bedrijf een minimaal doelareaal vanggewassen inzaaien. Dit doelareaal wordt berekend op basis van het doelpercentage vanggewassen en bijkomend vermeerderd volgens de toename volgens gebiedstype.    

Tabel: toename areaal vanggewassen bovenop een referentieperiode (gemiddelde van 2016, 2017 en 2018)

JaartalGT2GT3
2019+0%+5%
2020+5%+10%
2021+5%+15%
2022+10%+20%

 

Het verplichte doelareaal bedraagt minimaal 20% en maximaal 80% en dient ingezaaid te worden op percelen gelegen in gebiedstype 2 of 3. Indien percelen niet volledig ingezaaid worden dien je dit als apart perceel aan te geven in de verzamelaanvraag voor 31 oktober.  

Wat is een vanggewas binnen het MAP?
Binnen het MAP tellen volgende groenbedekkers mee als vanggewas:  
  • Niet-vlinderbloemige groenbedekker (niet geldig voor EAG)
  • Mengsel van niet-vlinderbloemige groenbedekkers (geldig voor EAG)
  • Grasklaver (geldig voor EAG)
    • Minimaal 50% klaver voor EAG, maximaal 50% klaver voor het MAP
Wat komt in aanmerking voor het doelareaal?
Binnen het doelareaal komen naast bovenstaande vanggewassen ook nog enkele andere gewassen of teeltcombinaties in aanmerking. Ook de uiterste inzaaidatum is afhankelijk van de hoofdteelt. Hierbij een overzicht van wat in aanmerking komt als doelareaal:  
  • Tijdelijk gras
  • Tagetes en facealia als hoofdteelt
  • Percelen waar voor 15 september een vanggewas is ingezaaid
  • Niet-vroege aardappelen en maïs waar voor 15 oktober een vanggewas is ingezaaid
  • Maïs met onderzaai van gras
  • Niet-nitraatgevoelige hoofdteelt (granen, vlas, gras, bieten, spruiten en koolzaad) gevolgd door een laag-risico nateelt (elke nateelt, uitgezonderd specifieke teelten).
De aanhoudperiode is 15 oktober voor zware kleigronden, 30 november voor percelen in de leemstreek en 31 januari voor de overige percelen.    

Registreren van het areaal vanggewas.
Naast het inzaaien moet je ook in de verzamelaanvraag registreren waar je vanggewassen hebt ingezaaid en wanneer. Dit dient voor 31 oktober te gebeuren.
 
Hiervoor kan je kiezen uit 3 code’s:  
  • VGV: Vanggewassen ingezaaid voor 15 september
  • VGM: Vanggewassen ingezaaid tussen 15 september en 15 oktober
    • Voor percelen niet-vroege aardappelen en maïs
  • VGL: Vanggewassen ingezaaid na 15 oktober
    • Komt niet in aanmerking voor het doelareaal
Wanneer moet je het doelareaal niet of slechts deels inzaaien met een vanggewas?    
  1. Vrijstelling    
    Als u bedrijf over een vrijstelling beschikt na een gunstige autocontrole van het nitraatresidu dan hoef je het doelareaal niet in te zaaien. De basisregel van de vanggewassen blijft wel van toepassing.    
  2. Equivalente maatregelen  
    Binnen het MAP is er de mogelijkheid om via een equivalente maatregel het doelareaal niet of maar deels te moeten inzaaien met een vanggewas. Deze moest wel aangevraagd worden voor 15 mei. In 2020 konden 2 equivalente maatregelen gekozen worden:    

Wintergraan na een nitraatgevoelige hoofdteelt
Hierbij kan je het areaal wintergraan na een nitraatrijke hoofdteelt laten meetellen als doelareaal. Je kan hiermee het volledige doelareaal invullen of dit gecombineerd gebruiken met het areaal vanggewassen. De inzaai van het wintergraan dient te gebeuren voor 15 november en moet de hoofdteelt in 2021 te zijn.    
> Lees meer op de website van VLM.

KNS binnen de groenteteelt
Hier kan het areaal groenten uit groep 1 of 2 waarbij bemest wordt volgens het KNS-principe ook meetellen binnen het doelareaal.    

> Lees meer op de website van VLM.    


 
Gekoppelde thema's & sectoren: Bodem En Bemesting