De eerste velden wintergerst zijn al geoogst en de tarwe volgt binnenkort. Ook de aardappelrooiers verschijnen in het straatbeeld. Het wordt dus de hoogste tijd om na te gaan welke groenbedekker het best in je bedrijfsvoering past. We helpen je op weg! 

 
Mogelijkheden van groenbedekkers op een rij

Waarom een groenbedekker inzaaien? 

N vastleggen
Mineralisatie (stikstofvrijstelling uit organische koolstof in de bodem) vindt plaats tot in het najaar. Als er geen gewas meer aanwezig is, kan dat leiden tot toenemende nitraatconcentraties in de bodem. Door een groenbedekker in te zaaien na de oogst van het hoofdgewas, compenseer je die nitraatvrijstelling (gedeeltelijk) dankzij de N-opname via groenbedekkers.

Koolstof (C) opbouwen
Groenbedekkers leveren ook een bijdrage aan de opbouw van koolstof in de bodem. Via hun uitgebreider wortelstelsel leveren grasachtigen de grootste bijdrage aan koolstofopbouw. Hoe langer een groenbedekker kan ontwikkelen, hoe groter de bijdrage aan opbouw van organische koolstof. 


Groenbedekkers zaaien

Voor de meeste groenbedekkers loopt de ideale zaaiperiode tot de tweede helft van augustus. Op tijd zaaien geeft vaak een vlotte beginontwikkeling en zorgt voor een goede onkruidonderdrukking. Vooral bladrijke groenbedekkers (bladrammenas, gele mosterd) starten snel. Bij late inzaai is de keuze binnen het aanbod van groenbedekkers eerder beperkt. Wil je bij een laat zaaitijdstip toch nog een goede beginontwikkeling halen, dan zijn grassen en granen, en dan vooral raaigras en rogge, zowat de enige mogelijkheden.



Groenbedekkers na tarwe

Graangewassen laten meestal een vrij stikstofarme bodem na. Voor een goede ontwikkeling, en dus ook een maximale stikstofopname, hebben groenbedekkers voldoende stikstof nodig bij de zaai. Een beperkte N-startbemesting kan aangewezen zijn. Op N-arme stoppel is een andere optie de inzaai van vlinderbloemigen. Die fixeren stikstof uit de lucht. Ook daarbij gelden bepaalde beperkingen in het kader van MAP-regelgeving, wanneer de groenbedekkers ook moet dienen als vanggewas.


Groenbedekkers na aardappel

Aardappelen laten meestal een N-rijke bodem na, omdat het wortelstelsel van aardappelen vrij lui van aard is. Verder zal het omwoelen van de bodem bij het rooien zorgen voor een piek in mineralisatie. Door de inzaai van een groenbedekker zal die vrijgekomen stikstof benut kunnen worden.  

Na aardappel is een bladrijke of grasachtige groenbedekker een goede keuze. Een zo vroeg mogelijke inzaai geniet wel de voorkeur. Voor latere inzaai zijn grassen en rogge, of een combinatie van beide, nog mogelijk.


Groenbedekkers na groenten

Ook groenten laten een rijke bodem na. Bij groenten in de rotatie vallen enkele mogelijkheden van soorten groenbedekker weg, omdat ze behoren tot de familie van de koolgewassen (gele mosterd, bladkool). In tegenstelling tot de andere kruisbloemigen is bladrammenas weinig vatbaar voor knolvoet. 

Een vaak gebruikte groenbedekker in de groenteteelt is Japanse haver. Die heeft ook als voordeel dat er iets later kan worden ingezaaid en dat er een onderdrukkende werking is voor het wortellesieaaltje Pratylenchus penetrans.

Facelia is ook zeer populair als groenbedekker in rotaties met groentegewassen. De inzaai moet wel gebeuren vóór september. Het zaaien mag niet te diep gebeuren, maar het zaad moet wel goed bedekt worden. Een fijnkruimelig zaaibed en het gebruik van een aandrukrol is aangeraden. Tot aan het vierdebladstadium is de groei eerder langzaam. Nadien kent deze groenbedekker een sterke groei. De doorworteling van de bovenste laag is behoorlijk intensief.

Zowel Facelia als goed ontwikkelde Japanse haver zijn vorstgevoelig en vriezen bij het begin van de winter volledig af. Onderwerken in het voorjaar vormt daarom weinig problemen.

In de handel zijn heel wat kant-en-klare mengsels te koop. Voor vergroening is het ook toegelaten om zelf je mengsel samen te stellen, zolang je maar voldoet aan de minimale zaaidichtheden.  

> Bekijk de voorwaarden voor groenbedekking.  

Gekoppelde thema's & sectoren: Bodem En Bemesting