In gebiedstype 1, 2 en 3 zijn er, afhankelijk van het aantal percelen of het areaal groenten uit groep 1 en 2, een aantal verplicht te nemen stikstofstalen in de groenteteelt. Maak van die verplichting gebruik om je percelen en huidige bemesting beter te leren kennen.

Stikstofstalen in bloemkool of andere groenten: haal er je voordeel uit!

Welke factoren bepalen de stikstofdynamiek in de bodem?  

Bemesten is niet evident, want er zijn veel bronnen waar stikstof uit vrijkomt. In eerste instantie denken we aan onze bemesting met dierlijk mest en kunstmest. Maar verder zal ook stikstof vrijkomen uit de organische stof van onze bodem, uit de oogstresten van de voorvrucht en uit de dierlijke bemesting van vorig jaar. Een hoog of een laag koolstofgehalte, een zware zandleem of een lichte zandgrond, een voorvrucht silomaïs of spruitkool, regelmatig wat stalmest of enkel drijfmest, overwegend akkerbouw of groenten, ... Het zijn allemaal factoren die de stikstofbalans beïnvloeden.

Door regelmatig een staal te nemen, leer je je grond kennen als geen ander. Blijkt uit analyses dat je maar weinig moet (bij)bemesten, of heb je een onverwacht hoog nitraatresidu, dan heb je waarschijnlijk een bodem die rijker is dan je denkt. De ervaring zal leren dat niet alle percelen dezelfde karakteristieken hebben. Sommige percelen zullen bijvoorbeeld in het voorjaar steeds kleine hoeveelheden stikstof bevatten, waardoor je misschien beter later op het seizoen je stalen inplant. Alleen door frequente analyses uit te voeren over verschillende jaren krijg je een goed zicht op de dynamiek van je bodem. Die info kan je helpen om gericht stalen te nemen. 
 

Wanneer staal nemen?  

Bloemkool is een eerder korte teelt met een vrij vroege en hoge stikstofbehoefte. Daarom dient in eerste instantie de basisbemesting voldoende hoog te zijn. Bij een aanplant in april en met een voorvrucht die weinig oogstresten nalaat (bv. silomaïs) zal dat ongeveer 180 eenheden werkzame stikstof zijn. Dat zal vaak deels met dierlijke mest worden ingevuld en deels met kunstmest.  

In week 3 tot en met 5 na planten kan je dan op basis van een stikstofstaal de overige behoefte bepalen en toedienen. Aangezien de periode voor staalname hier eerder nauw is, vraag je de staalname best kort na het planten al aan. Zo kan de staalnemer je staalname opnemen in zijn planning en kan de exacte datum verder met hem afgesproken worden.

Wens je een staalname aan te vragen? Contacteer het labo van Inagro via info.labo@inagro.be of 051 27 33 30. De verplichte stalen voor de groenten uit groep 1 en 2 moet je voormelden via SNapp.

In het labo van Inagro kan je pH en koolstof uit een recente analyse al doorgeven aan de staalnemer. Zo zal het advies vlugger in de mailbox terecht komen.

Is het advies al nul? Dat betekent dat er bepaalde factoren meer stikstof hebben vrijgesteld dan voordien ingeschat. Maak daarvan gebruik om de toekomstige bemestingen op dit perceel verder te verfijnen. 
 

Wat is belangrijk voor een correct advies?

Zoals al vermeld werd, zijn er vele factoren die een invloed hebben op de stikstofvrijstelling uit de bodem. In de bemestingsadviezen wordt getracht een deel daarvan zo goed mogelijk in de schatten. Ook de stikstofopname van een gewas als bloemkool is afhankelijk van onder meer het ras.  

Geef dus zeker het volgende mee bij staalname:

  • Voorvrucht en oogstdatum ervan. Probeer ook een inschatting van het volume aan oogstresten/groenbedekker mee te geven (weinig, matig, veel).
  • Al toegediende dierlijke mest uit het huidige en vorige jaar met dosis en periode.
  • Plantdatum en ras van de bloemkool.
  • Vermoedelijke oogstdatum.
  • Het gebruik van het perceel (groenten of eerder akkerbouw).

 

 

 

Dit nieuwsbericht kadert in het demonstratieproject groenteN-advies.

logo_vo_elfpo_0.jpg



Gekoppelde thema's & sectoren: Bodem En Bemesting | Groenten Open Lucht