Herwonnen meststoffen, al dan niet afkomstig uit mest, ondergingen een behandeling waardoor hun bemestingswaarde stijgt. Hun efficiëntie zal onze veldproef in het project ReNu2Farm uitwijzen. Daarin vergelijken we ammoniumnitraat, spuiwater, dunne fractie van digestaat en varkensurine met kunstmest, varkensdrijfmest en een blanco behandeling. In het tweede jaar van deze veldproef onderzoeken we het effect op spinazie.

Tweede jaar op rij veldproef met herwonnen meststoffen

In het SafeManure-project bekijkt de Europese Commissie of we herwonnen meststoffen in de toekomst eventueel kunnen categoriseren als kunstmest, op voorwaarde dat ze geen extra risico’s met zich meebrengen voor het milieu. Als dit het geval is voor enkele van die meststoffen, dan kunnen ze kunstmest in de traditionele bemesting (deels) vervangen. Voor landbouwers betekent dat minder verwerking van dierlijke mest en minder aankopen van kunstmest. Een hele besparing.

Momenteel nemen onderzoekers die herwonnen meststoffen onder de loep: wat zijn hun eigenschappen? Wat is hun bemestingsefficiëntie? Vormt het gebruik ervan risico’s voor het milieu?

Inagro is ook partner binnen dat onderzoek. Binnen het Interreg NWE-project ReNu2Farm loopt er sinds vorig jaar een veldproef met vijf herwonnen meststoffen:

  • ammoniumnitraat afkomstig van stripping-scrubbing van de dunne fractie van mest
  • ammoniumsulfaat, of spuiwater, afkomstig van zure luchtwassers in varkensstallen
  • digestaat van co-vergisting van varkensmest
  • dunne fractie van digestaat na scheiding, rijk aan kalium en stikstof, maar arm aan organische componenten
  • varkensurine afkomstig van een VeDoWS-stal, rijk aan minerale componenten en arm aan organische componenten

Driejarige veldproef

Vorig jaar legden we deze veldproef voor de eerste keer aan. Op een veld in Wingene konden geïnteresseerden onze veldproef in maïs een eerste maal bezoeken tijdens een proefveldbezoek. De bovengenoemde herwonnen meststoffen vergelijken we nu met meer traditionele meststoffen, varkensdrijfmest en minerale kunstmest. Daarnaast volgen we ook een blanco behandeling op.

Na de oogst van de maïs werden de opbrengsten en nitraatresidu’s geanalyseerd. Bij de resultaten viel meteen op dat het weer een grote invloed had. Tijdens de vegetatieve fase van de maïs, als die het meest kwetsbaar is, deed er zich een heuse hittegolf voor. De hoogste gemeten temperatuur was 42,94 °C. Die hete en droge periode zorgde ervoor dat waterbeschikbaarheid een belangrijke parameter werd voor de gewasopbrengst.

Ook dit jaar onderzoeken we opnieuw dezelfde meststoffen en parameters, maar nu in spinazie. Hetzelfde veld bemestten we opnieuw in de week van 23 maart  met onze gespecialiseerde proefveldbemester. Na de zaai van de spinazie volgen we het veld verder op. Eind mei zal de oogst plaatsvinden.

20200324_082241.jpg

20200324_151554.jpg

Benieuwd naar de resultaten?
 

Ben je benieuwd naar de resultaten van de eerste twee jaar van deze veldproef? Houd onze nieuwsbrief dan zeker in het oog. In het najaar zullen we een studienamiddag organiseren, dat als alternatief voor een proefveldbezoek in de komende maand dient.


Meer info

Voor meer vragen of informatie over nutriëntenrecuperatie en herwonnen meststoffen kan je terecht bij:

Voor meer info over de veldproef kan je terecht bij

Tomas Van de Sande: E tomas.vandesande@inagro.be of T +32 (0)51 27 33 13


Deze blog kadert in het Interreg NWE-project ReNu2Farm en het Horzizon 2020 project Nutri2Cycle.

Logobanner_200420.jpg

2020420_N2C.png