Voor het maaien van gras is er in MAP 6 een verhoging van de norm met 75 eenheden werkzame stikstof. Verder zijn de bemestingsnormen voor gebiedstype 0 en 1 gelijk gebleven. Voor gebiedstype 2 gaat er in 2020 5% af en voor gebiedstype 3 10%. De normen op perceelsniveau worden opgeteld tot een norm op bedrijfsniveau.

Gras en maïs bemesten volgens het MAP

Bemesten volgens behoefte

Bemesten op bedrijfsniveau biedt je de mogelijkheid om van de norm op perceelsniveau af te wijken. Bijvoorbeeld voor maïs op de gescheurde weide van 2018 zal je minder bemesten dan de norm. Op het perceel dat al 40 jaar akkerland is met een koolstofgehalte van 0,8% kan je de overige bemestingsruimte van de gescheurde weide benutten.

Ook tussen de teelten kan je schuiven met je bemesting. Op een rijke maaiweide kom je bijvoorbeeld met 325 eenheden werkzame stoffen toe en op de gras-maïscombinatie is de behoefte misschien 260 eenheden stikstof.
   

Hoe rekenen met de normen?

In onderstaande tabel met bemestingsnormen heb je enerzijds een norm voor werkzame stikstof en anderzijds een norm voor totale dierlijke stikstof. De hoeveelheid totale dierlijke stikstof moet je omrekenen naar werkzame eenheden door te vermenigvuldigen met een werkingscoëfficient. Hoe dat werkt, leggen we uit met een voorbeeld:

  • Bemesten van maïs in gebiedstype 1 op een niet-zand perceel.
  • De norm van werkzame stikstof is 150 eenheden stikstof.
    • Daarvoor vullen we de norm van 170 kg totale dierlijke stikstof in met 35 m³ runderdrijfmest.
      • 170 kg stikstof uit drijfmest (type 2) geeft 102 werkzame eenheden stikstof.
    • We kunnen dus maximaal aanvullen met 48 eenheden stikstof uit kunstmest.
      • Dat doen we bijvoorbeeld met 175 kg ammoniumnitraat in rijbemesting.
20200416_Bemestingsnormen.png
 
Derogatie
In geval van derogatie kan op de gras-maïscombinatie en in het grasland meer dierlijke mest worden toegepast. Zo wordt de gift van totale dierlijke stikstof verhoogd naar 250 kg/ha. Door het verhoogde gebruik van dierlijke stikstof is de ruimte voor kunstmest lager. We werken een voorbeeld uit voor de gras-maïscombinatie:
  • Gras + maïs in gebiedstype 0 van 1.
  • Op een zandbodem is de bemestingsnorm 200 eenheden werkzame stikstof.
    • 250 kg totale dierlijke stikstof met runderdrijfmest = 150 eenheden werkzame eenheden stikstof.
    • Ruimte kunstmest = 50 eenheden.
  • Op een niet-zandbodem is de bemestingsnorm 230 eenheden werkzame stikstof.
    • 250 kg totale dierlijke stikstof met runderdrijfmest = 150 eenheden werkzame stikstof.
    • Ruimte kunstmest = 80 eenheden.

 

In het kader van derogatie moet je ook de nodige staalnames nemen. Dat is één staalname voor stikstof en fosfor per begonnen schijf van 20 ha. Die dienen uiterlijk worden genomen op 31 mei. Voor fosfor is er ook een mogelijkheid om per begonnen schijf van 5 ha een analyse van fosfor te hebben niet ouder dan 5-jaar.
 
> Heb je nog een staalname nodig? Contacteer ons labo via info.labo@inagro.be of 051 27 33 30.  

Voorstel tot wijziging derogatievoorwaarden voor advies naar de Raad van State

Op 3 april nam de Vlaamse regering de principiële beslissing om het uitvoeringsbesluit bij het Mestdecreet (VLAREME) te wijzigen. Die aanpassing komt er nadat de Europese Commissie de Vlaamse overheid schriftelijk wees op een schending van de derogatievoorwaarden.  
 
Wat houdt de voorgestelde wijziging in?    
  • De maximale bemestingsnormen voor stikstof uit dierlijke mest op derogatiebedrijven zou op elk perceel in plaats van op bedrijfsniveau moeten worden nageleefd.
  • Derogatielandbouwers zouden toegang moeten verlenen tot hun percelen, zodat staalnames kunnen gebeuren om de derogatienaleving te monitoren.
Voor dit wijzigingsbesluit wordt nu advies ingewonnen bij de Raad van State. Daarna zal de Vlaamse regering een definitieve beslissing nemen. Zodra die er is, zal VLM ons daarvan op de hoogte brengen.
 
Gekoppelde thema's & sectoren: Bodem En Bemesting | Melkveehouderij | Vleesveehouderij