In 2019 legden we op tien locaties proeven aan met diverse bladmeststoffen. Dat deden we in samenwerking met landbouwers, en dus in de gewone praktijk. De landbouwers voerden werkzaamheden als bemesting en ziektebestrijding uit zoals gewoonlijk. Om de voordelen van bladmeststoffen in hun teelt te evalueren, werden ze gevraagd om tijdens de toediening van bladvoeding één strook niet te behandelen door de sproeidoppen tijdelijk te sluiten.

Praktijkervaringen bladmeststoffen in de aardappelteelt

N-bladmeststoffen

De meeste landbouwers die gewoonlijk veel bladmeststoffen gebruiken, hebben er in 2019 minder toegediend. Dat komt enerzijds omdat ze tijdens de droogte liever wachtten op de eerste regen. Anderzijds ontmoedigden de tussentijdse N-stalen de landbouwers om met extra N-bladmeststoffen aan de slag te gaan. 

Op twee van de vier percelen was er geen effect van het gebruik van N-bladmeststoffen op de opbrengst of kwaliteit. In beide gevallen was er voldoende N-levering vanuit de bodem. Op één proefveld van VTI Poperinge werd een deel van de N-basisbemesting weggelaten en vervangen door bladbemesting, waarbij de bladbemesting wel tot meerwaarde leidde. Bij de landbouwer in Linter leidde de combinatie van extra N en K via bladvoeding tot meeropbrengst.

Uit de proeven bleek duidelijk dat N-bladvoeding niet altijd tot meeropbrengsten leidt. Een overmaat aan N toedienen bovenop het N-advies bleek niet zinvol te zijn. Wanneer bladvoeding werd beschouwd als een onderdeel van de gehele N-bemesting, kond de voeding wel haar meerwaarde bewijzen. Zo zouden bladmeststoffen een manier kunnen zijn om flexibeler met stikstofbemesting om te springen. Het is bijvoorbeeld mogelijk om de N-basisbemesting te verminderen en het verloop van het groeiseizoen op te volgen. Wanneer het een groeizaam seizoen is, kunnen N-bladmeststoffen het stikstofadvies vervolledigen. In jaren met verminderde N-opname van de aardappelen –vb. vanwege droogte in de zomer- kan de N-bijbemesting achterwege gelaten worden. Zo kan je te hoge nitraatresidu’s in het najaar – en bijhorende boetes - vermijden.

K-bladmeststoffen

Kaliumbladmeststoffen worden in de aardappelteelt voornamelijk geadviseerd om de kwaliteit (stootblauw en onderwatergewicht) van de aardappelen te garanderen. Op twee van de vijf proefvelden kon bladkalium voor een meeropbrengst zorgen. Op één proefveld werd de volledige basisbemesting van 120 kg/ha kalium weggelaten en vervangen door bladvoeding aan 3,8 kg/ha, wat resulteerde in een opbrengstderving van 10 ton per hectare.

De vergelijking tussen Koninksem en Mulken is interessant. Beide proeven waren op dezelfde manier aangelegd, maar leidden tot verschillende resultaten. In Koninksem had de grond een normale kaliumvoorraad en had de landbouwer minder kalium gegeven dan het advies voorschreef. Daar kon een beperkte bijgift via K-bladmeststoffen zorgen voor meeropbrengst en minder stootblauw. In Mulken had de grond een hoge kaliumvoorraad en konden extra bladmeststoffen niet voor een meerwaarde zorgen.

 


Andere bladmeststoffen

Verder zijn er nog producten die sporenelementen (fosfor, zwavel…) bevatten. Sommige producten worden ook andere eigenschappen toegedicht, zoals de verbetering van fotosynthese, de bodemlevenactiviteit of de bodemstructuur. Geen enkele leidde in de proeven tot meeropbrengst of verbeterde kwaliteit.  


 

> Lees het volledige artikel op de website van PCA.

 


 

Inagro werkt in partnerschap met de vzw PCA. De Vlaamse vzw PCA, met zetel in Kruishoutem, coördineert alle onderzoek in aardappelen. Alle resultaten en mededelingen worden gebundeld op de website van de vzw PCA. Ook de afdeling akkerbouw van Inagro plaatst haar kennis en advies op die website.

Gekoppelde thema's & sectoren: Akkerbouw | Bodem En Bemesting