Bloemblokken zijn geschikt om lokale patrijzenpopulaties het nodige duwtje in de rug te geven. De Game & Wildlife Conservation Trust, projectleider van het Europese PARTRIDGE-project nam afgelopen zomer de insecten onder de loep in enkele van de ingezaaide bloemblokken, onder andere in Vlaanderen. Wat blijkt? De bloemblokken trekken zeker voldoende insecten aan en patrijzenkuikens zijn er dol op!

Insectenrijke bloemblokken, een hoopvolle maatregel voor patrijzenkuikens

Bloemblokken als speerpunt van het PARTRIDGE-project

Het PARTRIDGE-project is een Europese samenwerking waarbij tien demonstratiegebieden bepaald werden, onder meer twee in Vlaanderen. In elk van de gebieden (telkens 500 ha groot) wordt sterk ingezet op de creatie van gunstige leefomstandigheden voor akkervogels. Daarin staat de patrijs centraal. Patrijzen stellen hoge eisen aan het landschap. Ze zijn daarom een goede maatstaf voor de toestand van de biodiversiteit in een bepaald gebied.

De zeven partnerlanden gingen de uitdaging aan om in deze demonstratiegebieden de algemeen dalende trend van de patrijzenpopulaties in eerste instantie te stoppen en vervolgens om te keren. Naast de bestaande beheerovereenkomsten van VLM en experimentele keverbanken, zijn het vooral patrijsvriendelijk beheerde bloemenblokken die daarvoor ingezet worden. De bloemblokken voorzien het jaarrond dekking, nestplaats en voedsel voor patrijzen. Die inspanningen voor de patrijs zouden tegelijkertijd zelfs leiden tot een toename in algemene akkerbiodiversiteit van 30 % tegen het einde van het project in 2023.


PARTRIDGE_Blog_Figuur1.jpg


Landbouwers in de bres voor de patrijs

Wetenschappelijke bronnen stellen dat een aanwezigheid van 7 % patrijsvriendelijk leefgebied volstaat om het herstel van een patrijzenpopulatie – en in ruime zin dus ook het vergroten van de biodiversiteit – in de hand te werken. Lokale landbouwers uit de demonstratiegebieden zaaiden patrijsvriendelijke bloemenmengsels in op percelen van één tot anderhalve hectare. Maar de inspanningen van de landbouwers stoppen niet met het inzaaien. Ook een specifiek beheer moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van de leefomgeving voor de patrijs gegarandeerd blijft. Een pluim op de hoed van de betrokken landbouwers dus! In nagenoeg alle demonstratiegebieden van het projectgebied werd de kaap van 7 % goed leefgebied ondertussen ruimschoots gerond.



Verhoogde biodiversiteit, een feit!

In alle demonstratiegebieden worden patrijzen, hazen en zangvogels geteld. Die cijfers worden dan vergeleken met verzamelde cijfers in vergelijkbare nabijgelegen gebieden waar geen extra inspanningen gebeurden. Dat laat ons toe om het effect van de patrijzenmaatregelen in te schatten. De eerste trends die we kunnen waarnemen zijn veelbelovend, maar meer cijfermateriaal is de komende jaren nodig om harde conclusies te trekken.

In drie van de tien demogebieden (Rotherfield, VK; Oude Doorn, NL en Assenede, BE) voerde de Game & Wildlife Conservation Trust afgelopen zomer een bijkomend insectenonderzoek uit. De hoeveelheid insecten en de soortensamenstelling werden vergeleken tussen de ingezaaide bloemblokken en nabijgelegen velden met wintertarwe. De resultaten tonen dat er opvallend veel meer insecten voorkomen in de bloemblokken, ongeacht het land en de daarmee samengaande verschillen in weers- en bodemomstandigheden.


PARTRID_blog_Grafiek1.png
Deze grafiek toont het gemiddelde aantal insecten in de stalen afkomstig van PARTRIDGE bloemblokken vergeleken met die van wintertarwe per onderzocht demogebied. © Game & Wildlife Conservation Trust, 2020



Niet enkel de hogere aantallen, maar ook de soorten insecten die in de bloemblokken voorkomen, zijn goed nieuws voor de patrijzenkuikens. Dat werd aangetoond met behulp van de ‘Chick Food Index’ (Potts en Aebischer 1991). Die index bepaalt het aandeel insectensoorten die ook effectief op het dieet van jonge patrijzen staan. Een waarde van minimum 0,7 betekent voldoende voedsel voor patrijzenkuikens om de populatie in stand te houden. In alle drie de onderzochte demonstratiegebieden werd de gemiddelde waarde van 0,7 overschreden.

PARTRIDGE_blog_Grafiek2.png
Deze grafiek toont de gemiddelde ‘Chick Food’-index van de PARTRIDGE-bloemblokken voor elk van de drie gebieden, vergeleken met die in de wintertarwe velden van dezelfde gebieden. De rode lijn geeft de CFI-waarde (0,7) aan waarbij er voldoende voedsel ter beschikking is voor patrijskuikens en de populatie stabiel blijft. © Game & Wildlife Conservation Trust, 2020


Bovenstaand onderzoek naar insecten in de bloemblokken illustreert alvast het belang van bloemblokken voor de patrijs en de biodiversiteit in het algemeen. We maken daarbij graag nog even deze belangrijke kanttekening: de vegetatiestructuur van de bloemblok is in dit verhaal cruciaal. Een bloemblok als patrijzenmaatregel is pas geschikt als patrijzen(jongen) en andere akkervogels zich vlot doorheen de vegetatie kunnen bewegen.

De resultaten uit dit onderzoek zijn een hoopvol teken dat we de toename van 30% biodiversiteit ook in de praktijk zullen kunnen bereiken!

Voor meer info: PARTRIDGE website
Contactpersoon in Inagro:
Ruben Mistiaen
T 051 27 33 19
E Ruben.Mistiaen@inagro.be


Reference quoted:
Potts, G.R. & Aebischer, N.J. (1991). Modelling the population dynamics of the Grey Partridge: conservation and management. In: Perrins, C.M., Lebreton, J.-D. & Hirons, G.J.M. (eds) Bird Population Studies: Their Relevance to Conservation and Management: 373-390. Oxford University Press, Oxford.

Gekoppelde thema's & sectoren: Akkerbouw | Landbouw In Zijn Omgeving