Trips is een veel voorkomende plaag in aardbei die onder andere met roofmijten te beheersen is. Om te weten welke strategie je het best toepast, deden wij de test. Vier verschillende strategieën werden daarvoor onderling vergeleken tijdens een serreteelt van doordragers in 2019. Wil je weten welke strategie je het best kiest? Ontdek onze resultaten in dit nieuwsbericht.

Biologische beheerstrategieën voor trips in doordragers onder glas

Begin juni werd de doordrager Murano opgeplant in de serre. Kort daarna gingen we van start met 4 verschillende strategieën:

1) Preventief Amblyseius cucumeris (1 zakje/lm) + curatief Amblyseius cucumeris bijstrooien
2) Preventief Amblyseius cucumeris (1 zakje/lm) + curatief Amblyseius swirskii bijstrooien
3) Preventief Amblydromalus limonicus (2x40/lm) + curatief Amblydromalus limonicus bijstrooien
4) Preventief Amblyseius swirskii (1 zakje/lm) + curatief Amblyseius swirskii bijstrooien

Wanneer en hoeveel er bij gestrooid diende te worden, hing af van de monitoring die wekelijks werd uitgevoerd.

Aanvullend op deze nuttigen werd nog 3 maal (3 juli, 12 juli, 16 juli) Orius laevigatus uitgezet in alle strategieën. Op 3 juli, 12 juli, 16 juli werden telkens 3.13 roofwantsen uitgezet/lm, goed voor in totaal 9.38 stuks/lm. Deze roofwants kan zeer efficiënt de adulte tripsen opruimen wat geen overbodige luxe is in een doordragerteelt. Verder werden er gedurende de ganse teelt geen insecticiden gebruikt. Voor de bestrijding van spint en bladluizen deden we beroep op de roofmijt Phytoseiulus persimilis en larven van de  groene gaasvlieg Chrysoperla carnea.



Goede tot zeer goede vestiging van roofmijten in alle strategieën

Bij aanvang van de proef werd in de teelt al een zekere tripsdruk waargenomen. Deze was vrij homogeen voor het volledige perceel.

Strategie 1
Zakjes A. cucumeris aan 1/lm werden 3-tal weken na het planten uitgehangen. De roofmijten waren niet meteen gevestigd en tripsen werden makkelijk teruggevonden, daarom werd er 300/lm A. cucumeris bij gestrooid. Vervolgens waren de eerste roofmijten te zien, maar ondertussen waren er soms al meerdere tripsen per bloem aanwezig. Eind juli strooiden we nogmaals A. cucumeris aan 200/lm en begin augustus aan 150/lm. Vanaf augustus nam de tripsdruk af. In het algemeen werden er in deze strategie iets minder roofmijten teruggevonden, in vergelijking met de strategieën met A. swirskii.

Strategie 2
In deze strategie werd gestart met zakjes A. cucumeris aan 1/lm, om dan later A. swirskii te strooien wanneer de temperatuur overdag regelmatig 22°C overschrijdt. Op 9 juli strooiden we 200/lm A. swirskii, omdat een week na het uithangen van A. cucumeris er nog geen roofmijten te zien waren. Eind juli werd er nog eens 200/lm A. swirskii gestrooid. Er was een goede vestiging van de roofmijten te zien. Die werden zowel in de bloem als op het blad waargenomen. Vanaf eind juli nam de trips druk af en half september was de trips opgeruimd.

Strategie 3
In deze strategie werden de roofmijten pas later uitgezet, omdat het gewas voldoende groot moet zijn bij strooien in vergelijking met het uithangen  van zakjes. begonnenWe strooiden A. limonicus aan 40/lm op 3 juli, 40/lm op 12 juli en  40/lm op 7 augustus. Dit was noodzakelijk om een goede vestiging van de roofmijten te hebben ten opzichte van de tripsdruk. Net zoals in de voorgaande strategieën was de trips in september opgeruimd.

Strategie 4
Op 26 juni werd er gestart met 1 zakje/lm A. swirskii, maar begin juli waren er nog geen roofmijten te zien. Daarom werd er op 9 juli eenmaal bij gestrooid met 200/lm A. swirskii. Een week later werden de roofmijten al op iets meer dan 40% van de spotplaatsen waargenomen en  eind juli zagen we de beste vestiging van de roofmijten. In deze strategie zien we een snellere en betere vestiging van de roofmijten dan in strategie 2.



Strategie had geen invloed op opbrengst

In iedere strategie was de trips in begin september onder controle. Bovendien, werden er geen statistische verschillen in opbrengst, sortering en schade waargenomen tussen de strategieën. Er is wel een trend dat de combinatie van A. swirskii en Orius betere resultaten geeft, maar een voldoende hoge temperatuur is dan wel vereist. Dit bevestigt ook de positieve resultaten die we vorig jaar in een gelijkaardige proef bekwamen. Het gebruik van A. cucumeris met Orius bleek de goedkoopste strategie te zijn in deze teelt namelijk € 0.63/lm (bedrag voor de biologische trips bestrijding).

Dit onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het GMO-programma van REO veiling.



> Lees het volledige verslag.

Gekoppelde thema's & sectoren: Aardbeien | Gewasbescherming