Vorig jaar lagen er op acht locaties rassenproeven met aardappelen aan in diverse regio’s in Vlaanderen. Het ging zowel over industrierassen (friet of chips) als rassen bestemd voor thuisverkoop (vastkokend of bloemig). Door de regionale spreiding van de proefvelden zijn er altijd verschillen in groeiomstandigheden, zelfs binnen het kleine Vlaanderen. Vooral de langdurige droogte tot ± 10 augustus in combinatie met (zeer) hoge temperaturen speelde een grote rol in 2019.

Rassenproeven aardappelen - groeiseizoen 2019

In het kader van het Landbouwcentrum aardappelen lagen er in 2019 acht rassenproeven aan in diverse regio’s in Vlaanderen. Op vier locaties werden proeven aangelegd met nieuwe frietrassen, met op twee locaties ook nog enkele chipsrassen erbij. Op twee plaatsen werden proeven geplant met gekende frietrassen (top 10), met op één locatie ook een drietal chipsrassen. Die rassen worden al op een ruimer areaal geplant in Vlaanderen. Toch zijn ze nog niet bij alle aardappeltelers voldoende gekend.

Deze top 10-rassen werden (vele) jaren geleden (verspreid in de tijd) als nieuwe rassen in de rassenproeven opgenomen. Om een keuze tussen deze rassen te vergemakkelijken, werden voor het tweede jaar op rij deze top 10-rassen samen aangelegd.

Net als in 2017 en 2018 werden op twee locaties proeven aangelegd met negen rassen bestemd voor thuisverkoop (combinatie van vastkokende en bloemige variëteiten).


Plantafstand

Zes proefvelden werden geplant rond midden april. Twee percelen konden pas op 1 en 7 mei worden gepoot. Er werd uitsluitend gebruik gemaakt van groot pootgoed. De plantafstand in de rij werd aangepast per ras: 30 à 40 cm voor frietrassen, 33 cm voor chipsrassen en 30 à 40 cm voor rassen voor thuisverkoop.

De bemesting gebeurde op basis van een grondontleding en de rassen werden ingedeeld in groepen (meer, minder of zelfde hoeveelheid stikstof als de referentie).


Seizoen

Door de regionale spreiding van de proefvelden zijn er altijd verschillen in groeiomstandigheden, zelfs binnen het kleine Vlaanderen. Vooral de langdurige droogte tot ± 10 augustus in combinatie met (zeer) hoge temperaturen speelde een grote rol in 2019. Opbrengsten schommelden sterk tussen de proefplaatsen, namelijk van 37 ton/ha (Kortrijk) tot 56 ton/ha (Poperinge en Tongeren) voor het ras Fontane.

Mede door de langdurige droogte waren de onderwatergewichten nergens een probleem, met enkel veel drijvers in het doorwasgevoelige ras Bintje. Met uitzondering van Felsina bij de top 10-frietrassen vormde de frietkwaliteit nergens een probleem. Ook de twee locaties met rassen georiënteerd op thuisverkoop hadden sterk te lijden onder de droogte en warmte van 2019.

Verschillende rassen kenden dan ook een versnelde afrijping. Al bij al lagen de opbrengsten van de referenties nog op een aanvaardbaar niveau. Vooral in Wortegem-Petegem, waar de aardappelen later werden geplant en sneller begonnen af te rijpen, bleef het onderwatergewicht voor verschillende rassen te laag. De smaakkwaliteit was toch wat minder in 2019, ook voor de referentierassen Charlotte en Bintje.


> Lees het volledige artikel op de website van PCA.    

 

 

Inagro werkt in partnerschap met de vzw PCA. De Vlaamse vzw PCA, met zetel in Kruishoutem, coördineert alle onderzoek in aardappelen. Alle resultaten en mededelingen worden gebundeld op de website van de vzw PCA. Ook de afdeling akkerbouw van Inagro plaatst haar kennis en advies op die website.




Gekoppelde thema's & sectoren: Akkerbouw