De afgelopen sperperiode voerde het labo van Inagro 50% meer staalnames uit voor restnitraat dan in 2018. Daarvan was het gemiddelde nitraatresidu 110 kg nitraat-N/ha, een stijging van 14 kg ten opzichte van 2018. Een samenvatting van de resultaten kan je lezen in dit nieuwsbericht.

Nitraatresiducampagne 2019
Een gemiddeld nitraatresidu is natuurlijk maar een cijfer. Zo'n gemiddelde houdt geen rekening met de verdeling van de stalen over de verschillende teelten en de oppervlaktes. Daarom gaan we wat dieper in op de teelten.
Zoals altijd behalen bieten een goed resultaat. Aardappelen hebben het een stuk moeilijker om tot een goed resultaat te komen. In totaal had 34% van de aardappelpercelen een nitraatresidu hoger dan 180 kg nitraat-N/ha. Slechts 25% had een resultaat lager dan 90 kg nitraat-N/ha. Ook grasland en granen hadden moeite om onder de residunorm te blijven. Bij 10% van de percelen werd een nitraatwaarde hoger dan 180 kg/ha gemeten. Maïs is zoals vaak geëindigd op een residu iets hoger dan 100 kg nitraat-N/ha. De helft van de maïspercelen had een residu hoger dan 90 kg/ha.
Bij de koolachtigen hebben vooral de bloemkoolpercelen het moeilijk om een goed nitraatresidu te behalen. Toch bereikte een kleine 40% een residu lager dan 90 kg nitraat-N/ha. Bij spruitkool en sluitkolen worden meestal goede resultaten bekomen.
Bij de overige groenten zijn vooral stijgingen op te merken. Vooral selder, wortelen en bonen stijgen sterk. Prei en courgette kenden een lichtere stijging. Bij wortelen dient wel opgemerkt te worden dat het verschil tussen het gemiddelde en de mediaan (middenste waarde van de metingen) groot is. Dat toont aan dat er enkele uitschieters waren die het gemiddelde naar boven trokken.

20200110_CVBBWV_nitraatresidu_2019_klasses.jpg

20200110_CVBBWV_nitraatresidu_2019_gemiddelde.jpg