ReNu2Farm, een project waarin we de productie, het gebruik, de wetgeving en de acceptatie van herwonnen meststoffen onderzoeken, levert meer en meer interessante resultaten op. Die resultaten delen we graag met landbouwers en constructeurs van innovatieve technologieën voor nutriëntenrecuperatie uit mest. Daarom was het project alomtegenwoordig op de Mest als grondstof-conferentie ManuREsource. Ook via deze weg delen we onze resultaten.

ReNu2Farm present op ManuREsource

De ManuREsource-conferentie staat al jaren in het teken van het hergebruik van meststoffen (N, P, K) uit dierlijke mest. Op 27, 28 en 29 november zakten bijna 200 aanwezigen af naar PXL Hasselt. De vraag naar een meer circulaire oplossing staat al jarenlang in de belangstelling, op de conferentie, maar ook ernaast. Het is dus niet vreemd dat het thema over herwonnen meststoffen uit nutriëntenrecuperatietechnieken uit het Interreg NWE-project ReNu2Farm perfect past daarbij en dat ReNu2Farm er heel wat inhoud kon en mocht voorstellen.

 

Wat willen landbouwers?
Inagro bracht een presentatie met resultaten van een enquête die we eerder dit jaar uitstuurden. Die bevraging polste voornamelijk naar de huidige kennis over en barrières bij het gebruik van herwonnen meststoffen en naar de gewenste eigenschappen van landbouwers bij een meststof. In zeven landen bereikten we 1125 deelnemers. 83 % daarvan is landbouwer, een schot in de roos om meer relevante info te krijgen.
 
Uit onze eerste resultaten blijkt dat de deelnemers in het algemeen wel bereid zijn om herwonnen meststoffen toe te passen (59 %, zie figuur 1). De onderzoekers merkten dat alle generaties bereid zijn om herwonnen meststoffen te accepteren, maar het hangt sterk af van de oorsprong van de herwonnen meststof. De grootste bereidwilligheid zien we bij meststoffen afkomstig vanuit dierlijke mest (zie figuur 2). Dat blijft echter nog steeds beperkt, door de Europese nitraatrichtlijn, die dierlijke N op het land limiteert tot 170 kg per ha. Als de herwonnen meststoffen daarentegen uit rioolslib of huishoudelijk afval geproduceerd worden, zijn de deelnemers meer weigerachtig. De onderzoekers veronderstellen dat dat komt door schrik voor risico’s op contaminanten en antibiotica.
 
 
20191211_Blog_Figuur1.png
Figuur 1: de bereidheid tot de acceptatie van herwonnen meststoffen in Nederland, Ierland, Duitsland, Frankrijk en België, van (zeer) bereid tot (zeer) onbereid. In België is 47,5 % (zeer) bereid om herwonnen meststoffen te gebruiken.
 
 
20191211_Blog_Figuur2.png
Figuur 2: de bereidheid tot de acceptatie van herwonnen meststoffen in België, Frankrijk, Duitsland, Ierland en Nederland, van verschillende oorsprong: respectievelijk uit rioolslib, huishoudelijk afval, voedselafval, groenafval en dierlijke mest.
 
 
54,5 % van alle deelnemers had al herwonnen meststoffen gebruikt. Specifiek in België ging het zelfs over 62 %. Daarvan was 75 % tevreden tot zeer tevreden over eerdere ervaringen met de meststoffen (zie figuur 3). Uiteraard is het interessant om te weten over welke herwonnen meststoffen ze zo lovend zijn. Uit figuur 4 blijkt dat de deelnemers het meest positief zijn over hun gebruik met agro-industriële effluenten (bv. schuimaarde van bietenverwerking), gevolgd door compost en mineraalconcentraten.
 
 
20191211_Blog_Figuur3.png
Figuur 3: de ervaringen van de deelnemers waren in België, Frankrijk, Duitsland, Ierland en Nederland gemiddeld voor 75 % positief tot zeer positief. Specifiek in België was dat 73 %.
 
 
 
20191211_Blog_Figuur4.png
Figuur 4: de ervaringen van de deelnemers met specifieke herwonnen meststoffen
 
 
Om de landbouwers te overtuigen herwonnen meststoffen te gebruiken of blijven gebruiken, is er aandacht nodig voor specifieke eigenschappen (figuur 5). De belangrijkste eigenschappen zijn prijs (per eenheid N), een nutriëntenverhouding (N:P:K) die past bij de behoefte van het gewas en een hoge organisch-stofgehalte, snel gevolgd door certificering en gebruiksgemak. De deelnemers schatten de volgende eigenschappen als minst belangrijk in: mogelijkheid tot mixen met een andere meststof en een trage vrijstelling van de nutriënten in de bodem. Toch beoordeelde nog altijd 40 % van hen die eigenschappen als belangrijk. Daarom houden we er alsnog het best rekening mee. Qua textuur verkiezen landbouwers duidelijk granules en pellets boven poeders (figuur 6).
 
20191211_Blog_Figuur5.png
Figuur 5: het belang dat de deelnemers hechten aan verschillende eigenschappen van meststoffen
 
 
20191211_Blog_Figuur6.png
Figuur 6: de gewenste textuur van herwonnen meststoffen
 
 
Wat zijn regio-specifieke noden?
Projectpartner NMI presenteerde ook resultaten over de in kaart gebrachte regionale vraag naar herwonnen meststoffen. Die vraag berekenden onze projectpartners door per regio te vertrekken van de voornaamste gewassen die landbouwers er telen, het bodemtype en de nutriëntenstatus in termen van P en K, en de adviezen plus wetgeving voor meststoffentoediening. Die nutriëntenbehoefte vullen we eerst in met de maximaal toegelaten beschikbare dierlijke mest uit de regio. De nutriëntenbehoefte waaraan daarna nog niet voldaan is, kunnen we dan invullen door herwonnen meststoffen of kunstmeststoffen.
Uit dit onderzoek bleek dat we herwonnen meststoffen nog overal kunnen toepassen, maar in aangepaste vorm. Grasland (zoals in Ierland) of graangewasregio’s met intensieve veehouderij hebben nood aan geconcentreerde N. Graangewasregio’s zonder intensieve veehouderij kunnen daarentegen voornamelijk N gebruiken, aangevuld met wat P en K. Daarnaast kunnen wortelgewasregio’s met intensieve veehouderij voornamelijk NK-meststoffen gebruiken, maar zonder intensieve veehouderij is er vooral nood aan N-P-K en organische stof.
 
Ronde tafels
Ook modereerde ReNu2Farm een tafel rond de eisen van de eindgebruiker. Resultaten van bovenstaande presentaties bediscussieerden partners met de aanwezigen. Zo blijkt het ook bij producenten duidelijk dat landbouwers hun meststoffen in de vorm van granules/pellets wensen. Terwijl de prijs potentiële gebruikers van herwonnen meststoffen over de streep kan trekken, hechten huidige gebruikers meer belang aan een nutriëntenverhouding die past bij de gewasvraag. Aanwezigen haalden ook aan dat meststoffen die je kan combineren met waterirrigatie misschien de populariteit van herwonnen meststoffen kunnen verhogen, door de huidige klimaatproblematiek. Er zullen echter regio-specifieke verschillen blijven in de noden en wensen.
 
Posters
Projectposters kregen ook een plaats op de conferentie. Een poster omtrent de opstelling van onze veldproef hing naast de poster van de beschrijving van onze gespecialiseerde proefveldbemester.
UGent gaf uitleg in een poster over haar potproeven en N-incubatie-experimenten.
 
20191211_PostersInagro.jpg
20191211_PosterUGent.jpg
 
 
Deze blog kadert in het Interreg NWE-project ReNu2Farm.
20191211-Logobanner.jpg