Sinds 4 december 2019 geldt versie 3.0 van de Vegaplan Standaard. In deze versie is er heel wat gewijzigd rond de opvolging van de kwaliteit van de gebruikte waterbronnen. Hieronder zetten we alles voor je op een rijtje.   

  
Vegaplan 3.0 : waterkwaliteit vraagt de nodige aandacht

De nieuwe richtlijnen zijn vooral van toepassing voor groenten bestemd voor de versmarkt (via handel of rechtstreeks aan de consument) en voor fruit (kleinfruit en vers fruit). Voor deze productgroepen wordt een identificatie en een risicoanalyse gevraagd van de waterbronnen die bij voor-oogst en na-oogst activiteiten worden gebruikt. In functie van deze risicoanalyses dient de waterkwaliteit aan de hand van waterstalen te worden aangetoond. Voor water dat bij na-oogst activiteiten van industriegroenten of aardappelen wordt gebruikt, dient de waterkwaliteit ook door middel van analyses te worden aangetoond, maar is een identificering of risicoanalyse van de bron is niet noodzakelijk.    

Gewassen onderverdeeld in twee groepen
  

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen producten die‘gekookt, geschild of grondig gespoeld’ worden en producten ‘klaar voorconsumptie’.  Voorbeelden zijn   

  • Teelten die gekookt, geschild of grondig gespoeld worden : aardappelen, aardpeer, ajuin, artisjok, asperges, boerenkool, bonen, Chinese kool, erwten, knoflook, knolselder, paksoi, pompoen, prei, radijs, rammenas, rapen, rode biet, rode kook, schorseneren, sjalot, sluitkolen, spruiten, witte kool, wortelen en wortelpeterselie
  • Teelten klaar voor consumptie : aardbeien, andijvie, appelen, augurken, babyleaf, bessen, bloemkool, broccoli, champignons, courgette, druiven, framboos, groene selder, witte selder, kersen, kervel, kiwibes, komkommer, lente-ui, oesterzwammen, paprika, peren, peterselie, pruimen, rabarber, radicchio, slasoorten, spinazie, tomaten, tuinkers, veldsla, venkel, verse kruiden, waterkers en witloof.
Risico-analyse van de waterbron : kwetsbaar of niet-kwetsbaar

Vegaplan maakt een onderscheid tussen een waterbron die kwetsbaar en één die niet-kwetsbaar is voor verontreiniging. Hierbij ligt de focus op microbiologische verontreiniging.   

Niet -kwetsbare waterbronnen voor verontreiniging zijn:   

  • Leidingwater
  • Boorputten dieper dan 10 meter
  • Boorputten minder diep dan 10 meter én waarbij er geen dierlijke activiteit is in de omgeving (10  m rond de put geen aanwezigheid van vee of opslag van mest)

Alle andere waterbronnen zijn kwetsbare waterbronnen.   

Minimale kwaliteitseisen van het gebruikte water   

Afhankelijk van de toepassing worden er andere kwaliteitseisen opgelegd aan het gebruikte water.  Wanneer er geen leidingwater gebruikt wordt, moet de kwaliteit van de gebruikte waterbron adhv analyses aangetoond worden. Vegaplan onderscheidt volgende kwaliteitseisen:
  
  • Schoon water : dit is water dat geen micro-organismen of schadelijke stoffen bevat. Het volstaat om deze waterbron te analyseren op E. coli. Het analyseresultaat mag de richtwaarde van 1.000 kve (kolonie vormende eenheden) E. coli per 100 ml niet overschrijden. Hoeveel E. coli-analyses er nodig zijn hangt af van de waterbron die gebruikt wordt.
  • Water van microbiologische kwaliteit : dit is water dat voldoet aan de microbiologische kwaliteitseisen voor drinkwater (KB 14 januari 2002). Bij een waterverbruik van minder dan 10 m³ per dag voor een toepassing waarvoor water van ‘microbiologische kwaliteit’ noodzakelijk is, volstaat een jaarlijkse E. coli-analyse en een analyse om de 4 jaar van enterococcen. Wordt er tussen de 10 m³ en de 100 m³ per dag water verbruikt waarvoor water van ‘microbiologische kwaliteit’ noodzakelijk is, dan moeten enterococcen om de 2 jaar geanalyseerd worden. Uit de analyseresultaten moet blijken dat zowel E. coli als enterococcen afwezig zijn.
  • Drinkbaar water : dit is water dat voldoet aan alle kwaliteitseisen voor drinkwater (KB 14 januari 2002). Dit zijn heel wat analyses waardoor de analysekosten hoog oplopen. Bij gebruik van leidingwater wordt verondersteld dat dit water voldoet aan alle kwaliteitseisen van ‘drinkbaar water’.
  
Tips   
  • Je neemt het waterstaal op de plaats van verbruik.  Enkel op deze manier kan je een correcte inschatting maken van het risico
  • Je neemt het staal in de piekperiode van het verbruik. Moet je twee stalen laten analyseren, dan neem je een eerste staal bij het begin van het verbruik en een tweede staal tijdens het piekverbruik
  • Is er een besmetting gebeurd bv n.a.v. een overstroming, laat dan voor de zekerheid een waterstaal analyseren.
  • Bij controle kunnen er analyses tot 5 jaar terug opgevraagd worden
  
  

  
Wat als een waterbron ongeschikt is?   
Er zijn dan twee opties   
  • ofwel schakel je over naar een andere waterbron (die wel van goede kwaliteit is). Van zodra er uit analyses blijkt dat de eerste waterbron weer in orde is, kan die opnieuw gebruikt worden
  • ofwel ontsmet je de waterbron en/of reinig je de leidingen. Van zodra uit analyses blijkt dat de waterkwaliteit opnieuw in orde is, kan die opnieuw gebruikt worden.
Risico-beoordeling : handige beslissingsbomen helpen je op weg
 
Vooraleer met de risico-beoordeling te starten maak je een overzicht van welke waterbron je voor welke toepassing gebruikt. Een voorbeeld van hoe een dergelijke tabel er kan uitzien vind je hier terug.  

  
VOOR DE OOGST   
Voor de oogst wordt er water gebruikt voor o.a. irrigatie, fertigatie en toepassen van gewasbeschermingsmiddelen. Er werd een handige beslissingsboom  uitgewerkt waarmee je per waterbron en per teelt een risico-beoordeling kunt uitvoeren. Enkel wanneer én het gebruikte water in aanraking komt met het te oogsten product én het gewas ‘klaar is voor consumptie’ moeten er analyses voor E. coli (minder dan 1000 kve/100ml) uitgevoerd worden om na te kijken of het gebruikte water voldoet aan de eisen van ‘schoon water’. Wanneer het water afkomstig is van een niet-kwetsbare bron of het water ontsmet wordt, volstaat het om één analyse per jaar te laten uitvoeren. In de andere gevallen moeten per bron twee analyses worden voorzien wat na 2 jaar van conforme analyses (of dus minimaal 4 analyses) kan worden verlaagd naar één analyse per jaar.    

  
NA DE OOGST   
Voor na-oogstactiviteiten zoals het wassen van groenten is het schema  wat ingewikkelder. Bij de laatste spoelbeurt zijn de kwaliteitseisen strenger. Daar waar het voor de eerste wasbeurten voldoende is dat er ‘schoon water’ gebruikt wordt, moet het water van die laatste spoelbeurt minimaal voldoen aan de eisen waarbij het ‘water van microbiologische kwaliteit’ is.  
Opgelet :  water uit een stormbekken (zoals bijvoorbeeld de provinciale spaarbekkens) mag nooit gebruikt worden als waswater voor de laatste spoelbeurt zelfs al voldoen de beschikbare analyseresultaten aan de kwaliteitseisen.   

  
Het labo van Inagro staat voor je klaar   
Het labo van Inagro kan voor je de nodige analyses uitvoeren wanneer je de gebruikte waterbron wil laten analyseren op geschiktheid als ‘schoon water’ en ‘water van microbiologische kwaliteit’. We helpen je ook graag verder op weg wanneer het voor je onduidelijk is welke analyses je moet uitvoeren.   

  
Bron : www.vegaplan.be  

  
Meer informatie bij anne-sophie.vandevoorde@inagro.be, dominique.huits@inagro.be en ivan.pollefliet@inagro.be 
 

  


  

 
Gekoppelde thema's & sectoren: Water