In 2018 startte het Joint Research Centre (JRC), in opdracht van de Europese Commissie, de studie SafeManure. Het doel van deze studie is de bepaling van mogelijke criteria om herwonnen stikstofmeststoffen, geheel of gedeeltelijk afkomstig uit dierlijke mest, toe te passen als kunstmeststof. De resultaten zijn sinds kort beschikbaar.  

 
Straks aanpassing aan de nitraatrichtlijn voor meststoffen uit dierlijke mest?

Een aanpassing van de nitraatrichtlijn kan ervoor zorgen dat die richtlijn niet langer een beperkende factor is voor het gebruik van herwonnen meststoffen uit dierlijke mest. Dat komt het principe van circulaire landbouw ten goede. Een belangrijke voorwaarde daarbij is dat de producten, waarvoor een aanpassing wordt toegestaan, agronomisch kwalitatief zijn en dat ze geen verontreiniging veroorzaken.  


 

Bijdrage aan uitgebreide studie  

Een eerste stap richting een eventuele aanpassing van de wetgeving is de verzameling van beschikbare informatie over die producten. JRC voerde daarom een uitgebreide studie uit op basis van zowel literatuurstudie van eerder onderzoek (meta-analyse), modellering van de impact (op bv. broeikasgasemissies e.a.) als grondige chemische analyse van ingestuurde producten. Inagro leverde dit voorjaar heel wat stalen aan JRC van diverse producten. Ook resultaten van eerder onderzoek met die producten in het veld, in samenwerking met Universiteit Gent, stuurden we in.
 


 

Renure en de vereisten ervoor  

Met resultaat, want tijdens ManuREsource deelde het JRC de eerste resultaten van die studie met het publiek. Herwonnen meststoffen uit dierlijke mest kregen bovendien ook een nieuwe naam “renure”, van “recovered nitrogen from manure”, vertaald “gerecupereerde stikstof uit mest”. Als we die  meststoffen veilig kunnen gebruiken, als ze nog steeds agronomisch efficiënt zijn en als ze niet meer lijken op dierlijke mest, dan lijkt het erop dat er voor die producten wel eens een uitzondering kan komen op de limiet van 170 kg dierlijke N per ha.
 

Het onderzoek stelde daarbij alvast enkele bijkomende vereisten: ofwel moet de verhouding van minerale N op het totale N-gehalte meer of gelijk zijn aan 90 %, ofwel moet de verhouding van totale organische koolstof op het totale N-gehalte kleiner of gelijk zijn aan 3. Concreet betekent dat dat 100 % van de  ammoniumzouten uit luchtwassers en/of stripping-scrubbing-installaties (ammoniumnitraat, ammoniumsulfaat, …) in aanmerking zouden komen. Ook 88 % van de mineralenconcentraten komen dan in aanmerking, net als 80 % van de dunne fractie van digestaat, na anaerobe vergisting en centrifugatie en/of efficiënte verwijdering van vaste stoffen. Er geldt bovendien ook dat  zware metalen nooit voor problemen mogen zorgen.   


 

Een opvallende waarneming is dat de concentraties van pesticiden, antibiotica en zware metalen, die teruggevonden werden in mest, doorgaans afnamen naarmate de renure-meststof meer aanleunde bij bovenstaande producten. Op het vlak van broeikasgasemissies scoren de renure-meststoffen ook beter vergeleken met het gebruik van kunstmeststoffen. Een aandachtspunt is wel om ammoniakemissies laag te houden tijdens hantering van deze producten.   


 

Eind januari volgt een expert-meeting vanuit de Europese Commissie waarop de criteria nauwgezet besproken worden. Wordt vervolgd!  


 

LogobannerReNu2Farm_20191204.jpg

N2C - kopie.png