Sinds 2019 monitoren we plagen en nuttigen in zachtfruit tegen betaling bij geïnteresseerde telers. Daarbij controleren we aardbei en/of framboos op de aanwezigheid van plagen en nuttigen met het oog op een betere beheersing. Na elk bezoek volgt een korte, mondelinge evaluatie (ter plaatse of telefonisch), aangevuld met een digitaal rapport. In dit nieuwsbericht brengen we verslag uit van onze waarnemingen van het voorbije jaar in de opgevolgde percelen.

Monitoring aardbei: waarnemingen van het voorbije jaar

Voorjaarsteelten

In de doorteelten was er meer spint te zien dan in de verse teelten. In de doorteelten hingen veel telers preventief zakjes A. californicus op. In geval van zware druk was curatief bijstrooien met P. persimilis nodig. In enkele doorteelten vonden we nog tripspredatoren (A. limonicus en N. cucumeris) terug die uitgezet waren in de voorafgaande najaarsteelt. Beide roofmijten lijken dus in zekere mate te overwinteren in het gewas. Bij de helft van de doorteelten waar telers gestart waren met zakjes N. cucumeris was het nodig om bij te strooien.

Bij het opknippen van de najaarsteelt uit 2018 hielden heel wat telers rekening met enkele aanbevelingen op witte vlieg te voorkomen. Zo startten ze hun doorteelten behoorlijk "proper". We delen enkele tips:

  • Na het opknippen breng je de bladeren best zo snel mogelijk weg.
  • Ook even broezen voor het ruimen helpt, want dat immobiliseert de vliegen op het bladmateriaal.
  • Verzamel het afval altijd op een ruime afstand van de teelt.
  • Na het knippen hang je gele plakvallen/linten uit om de overblijvende individuen weg te vangen en populatieopbouw te remmen.
  • Soms is het aangewezen om in combinatie met de vorige maatregelen een chemische behandeling uit te voeren.

Bij de verse teelten gebruikten telers doorgaans enkel curatief P. persimilis. Op sommige bedrijven was helemaal geen actie nodig. Maar let op! Ken je bedrijf en maak een inschatting van de spintdruk die je mag verwachten. Denk ook aan vervolgteelten, waar je niet wenst te starten met een hoge druk. Het ganse jaar namen we regelmatig de larve van de galmug Feltiella acarisuga waar. De larve kan je terug vinden in de spinthaardjes en voedt zich met spintmijt.


Zomerteelten

Als uit het verleden blijkt dat er in een bepaalde afdeling altijd een hoge tripsdruk heerst, dan zet je best Orius uit naast N. cucumeris. Orius draagt sneller en effectiever bij tot de tripsbestrijding, maar heeft wel een prijskaartje. Met een beetje geluk komt Orius letterlijk je gewas binnengewaaid en kan je gratis een beroep doen op zijn diensten. Reken daar weliswaar niet te hard op en aarzel niet om Orius aan te kopen in tijden van hoge tripsdruk. Uit onze bevindingen blijkt dat plastic serres gevoeliger zijn voor trips dan glazen serres. Let dus goed op!

In enkele zomerteelten kozen telers dit jaar opnieuw voor de roofmijt A. swirskii, die een goede tripsbeheersing kan realiseren bij hogere temperaturen. Swirskii kan je zowel in zakjes als uitgestrooid toedienen. Onze voorkeur gaat naar de eerste techniek, omdat die al vrij snel na het planten kan gebeuren. Als je strooit, moet je wachten op voldoende bladoppervlak, anders strooi je de roofmijten te vaak op het substraat of op de grond, waardoor ze verloren gaan. Bij het gebruik van zakjes kan de roofmijt al vroeger beginnen aan de populatieopbouw. Dat is voordelig voor de bestrijding. Nadien kan je nog altijd bijstrooien.
 
Als de roofmijten voldoende tijd hebben om hun werk te doen tegen spint, dan kunnen ze perfect alles opruimen. Maar in een zomerteelt gaat alles zo snel dat tijd eerder beperkt is. P. persimilis heeft in principe een prooi nodig om een populatie op te bouwen en is daarom niet geschikt als preventieve toepassing. Als je in zomerteelten moet wachten op spint, dan leidt dat te vaak tot laattijdige actie. Daarom raden we aan om in zomerteelten altijd snel Phytoseiulus in te zetten. Is er helemaal geen spint, dan red je het wel tot het einde van de teelt. Is er wel spint, dan gaat de roofmijt onmiddellijk aan het werk.

Doordragers

Door de lange teeltduur is tripsbeheersing een uitdaging in doordragers. Maar in het merendeel van de teelten geeft een combinatie van roofwantsen met roofmijten goede resultaten. Orius roofwantsen voeden zich met alle stadia van trips. De roofmijten (A. limonicus, A. swirskii of N. cucumeris) eten voornamelijk tripslarven.

Doorgaans wordt bij A. limonicus 2 x 40/lm geadviseerd. Een halve dosering (eenmaal 40/lm) kan ook, maar dan moet je meermaals bijvoederen met voermijten. A. swirskii heeft hogere temperaturen nodig om zich te kunnen ontwikkelen. De temperatuur moet overdag regelmatig stijgen tot meer dan 20 °C. Je kan A. swirskii uitzetten in zakjes en/of strooien. Je kan ook werken met N. cucumeris (strooien of zakjes) en nadien eventueel nog bijstrooien.

Doordragers iets vroeger opplanten biedt het voordeel dat de roofmijten meer tijd hebben om zich te vestigen en een populatie op te bouwen. Dat kan je teelt beter wapenen tegen de hoge tripsdruk later in de teelt.

Doordragers worden meestal geteeld in een eerder open teeltsysteem. Daardoor nemen we frequent natuurlijke bladluisbestrijders waar (lieveheersbeestje, eitjes van de gaasvlieg, zweefvlieg, sluipwesp …). In 2019 zagen we regelmatig bladluis op de percelen die we opvolgden. Doorgaans bleef de druk beperkt tot lokale haarden. Bij het merendeel van de teelten werd daarom geen chemische bladluisbestrijding toegepast, om de andere biologie niet te verstoren.
 
 
Najaarsteelten

In oktober namen we al spinten waar die in diapauze waren (veranderen naar een oranje/rode kleur). Bij najaarsteelten waar een doorteelt op zal volgen, werd daarvoor A. californicus in zakjes geadviseerd. Dikwijls was het nodig om nog P. persimillis bij te strooien in deze teelten.
 
Trips werd in alle teelten enkel met N. cucumeris aangepakt. Deze roofmijt werd goed teruggevonden. Waar nodig werd bijgestrooid. Hier en daar merkten we wat Orius op die er van nature in was gekomen.
 
Bladluis is in de meeste plantingen wel te zien, maar altijd op een tolereerbaar niveau. Witte vlieg is momenteel nog niet tot weinig te zien.
Gekoppelde thema's & sectoren: Aardbeien