Voor de bestuiving zijn veel teelten afhankelijk van insecten. Denk maar aan kleinfruit, maar ook aan groenten als courgette, tomaten en bonen. Vaak wordt daarbij in eerste instantie naar honingbijen of commercieel gekweekte hommelvolken gekeken. Heel wat landbouwers werken al samen met imkers om een of meerdere volken honingbijen in de nabijheid van hun gewassen te plaatsen. Minder bekend zijn de wilde bijen. Wil je die aantrekken? We geven je een aantal tips!

Wilde bijen als bestuivers

Wilde bijen maken hun nest in kleine bovengrondse holtes of holen onder de grond. Ze zijn veelal kleiner en volstrekt ongevaarlijk. Ze leveren gratis bestuiving aan de boer. Wilde bijen leven niet in kolonies, zoals de honingbij, maar maken hun nest alleen. Ze worden daarom ook vaak 'solitaire bijen' genoemd.

Naast honingbijen en hommels zijn ook die zogenaamde 'solitaire bijen' uitstekende, vaak zelfs efficiëntere, bestuivers. De grotere soorten solitaire bijen vliegen in koudere weersomstandigheden dan honingbijen en gaan veel gerichter op zoek naar stuifmeel dan honingbijen en hommels. Ook zweefvliegen en vlinders vervullen de rol van bestuiver.

Wil je wilde bijen aantrekken? Dan zijn er drie belangrijke zaken waarop je moet letten:

  1. huisvesting
  2. voedselvoorziening
  3. doordacht gebruik van gewasbescherming



1) Huisvesting

De bovengronds nestelende wilde bijen kan je bijvoorbeeld aantrekken met insectenhotels. Er bestaan veel verschillende vormen van insectenhotels. Best koop of maak je een insectenhotel met veel verschillende deeltjes. Solitaire bijen broeden graag in afgezaagde rietstengels of andere holle planten. Ook boorgaten in houtblokken of leemblokken vormen goeie nestplaatsen.

Naast nestgelegenheid voor bijen kan je ook schuilmogelijkheden voor andere nuttige insecten voorzien: een stukje gevuld met dennenappels of hooi achter wat kippengaas, veel meer hebben ze niet nodig.

Best plaats je de huisvesting dicht bij een plek waar de bijen voedsel kunnen vinden, gericht op het zuidoosten. Solitaire bijen vliegen doorgaans maar 100m tot 200m van hun nest vandaan.

2017-04-13-ML-insectenhotelbanner.PNG

Aangezien het grootste deel van de wilde bijen ondergronds nestelt, loont het de moeite om ook voor hen kunstmatige broedplaatsen te voorzien op plaatsen waar natuurlijke broedplaatsen niet aanwezig zijn. Een eenvoudige vorm is een hoop grond op een plek met zoveel mogelijk zon. De samenstelling van de grond is variabel, zolang de grond niet te hard is (de bijen moeten erin kunnen graven). Zandleem is ideaal, maar ook lichtere en zwaardere gronden kunnen.

Je kan ook een kleine helling aanleggen die op het zuiden gericht is, eventueel in de vorm van een trap. Zo is er plaats voor horizontaal nestelende en verticaal nestelende soorten. Er mag zeker wat vegetatie aanwezig zijn, maar het is van cruciaal belang dat er genoeg blote grond blijft en dat nestplaats zoveel mogelijk zon krijgt. In Inagro denken we erover na of we een dergelijke plek kunnen bouwen ter demonstratie.


2) Voedselvoorziening

Het is belangrijk om het hele jaar door voedsel aan te bieden, van zo vroeg mogelijk (bijvoorbeeld met krokussen en wilgen) tot zo laat mogelijk in het jaar. Aan gecultiveerde bloemen hebben insecten niet veel. Zo is hondsroos aantrekkelijk voor veel insecten, terwijl een roos met veel bloemblaadjes dicht op elkaar weinig te bieden heeft. Insecten geraken er namelijk niet tot aan het voedsel, of er is zelfs geen voedsel aanwezig in de bloem.

Voedselvoorziening kan bestaan uit stukjes ingezaaid bloemenmengsel, maar ook bloeiende mannelijke wilgen, linden, fruitbomen of verwilderde stukjes met paardenbloemen en ooievaarsbekken zijn ideaal.

Inagro organiseert jaarlijks een groepsaankoop eenjarige en meerjarige bloemenmengsels. Dit jaar is de groepsaankoop voorbij, maar volgend jaar kan je zeker aansluiten. Meer info via deze link.

Ook ander nuttige insecten, zoals gaasvliegen, zweefvliegen en sluipwespen, zijn gebaat bij voedselvoorzieningen. Zo zijn de larven van gaasvliegen en zweefvliegen geduchte bestrijders van bladluizen, tripsen, witte vlieg, spintmijten en wolluizen, maar hebben de volwassen gaasvliegen nectar en stuifmeel nodig om te leven en een nieuwe generatie larven voort te brengen.


3) Doordacht gebruik van gewasbeschermingsmiddelen

Verder is het van belang om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zo veel mogelijk te beperken en niet te gebruiken in de buurt van bloeiende planten. Ben je toch genoodzaakt om gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken? Doe dat dan ’s avonds wanneer de bijen niet meer actief zijn en breng ze lokaal aan waar de problemen zich stellen. Inagro volgt de plaagdruk op gewassen op en via waarschuwingsberichten blijf je op de hoogte.


Meer info: thomas.vanloo@inagro.be (T 051 27 33 82)

 

WVL_europldbfonds.PNG