Vandaag slaan land- en tuinbouwers reststromen als mest en groenteresten (preiresten, uienschillen, …) meestal op om ze daarna zonder verdere bewerkingen op het land te voeren. Kleinschalige vergisting kan kansen bieden om energie te halen uit die stromen. Tot op vandaag gebeurt kleinschalige vergisting in Vlaanderen vooral op runderdrijfmest. Twee pioniers, een uienschilbedrijf (Ongena) en een varkensbedrijf (Akivar), werkten een vernieuwend concept van pocketvergisting uit. Begin april gingen Inagro en Biogas-E er samen met een groep geïnteresseerden langs in de projecten Pocket Power en Transbio. Deze week brengen we verslag uit van ons bezoek aan varkensbedrijf Akivar.

Bezoek aan pocketvergisters op uienschillen en varkensmest - deel 2

Op hun varkensbedrijf Akivar bouwden Bart Vanackere en Mieke Baekelandt recent een stal die toelaat om verse, dikkere mest aan te voeren naar de nieuwe pocketvergister. De geproduceerde warmte zullen ze in de nabije toekomst gebruiken voor de fermentatie van groenten op het eigen bedrijf. Omdat Bart een beroep deed op de innovatiesteun via VLIF, moest hij zijn concept binnen de twee jaar omzetten in een investering.

Biogas produceren uit varkensmest
In Vlaanderen kwamen pocketvergisters op uitsluitend mest tot nu toe voornamelijk voor op het erf van melkveebedrijven, en niet bij varkensbedrijven. Oorzaak daarvan is onder meer de samenstelling van de mest. Daarop wil het project Pocket Power een antwoord bieden. De projectpartners onderzoeken onder meer de mogelijkheden om varkensmest als monostroom te vergisten.

Om de productie van biogas uit verse varkensmest mogelijk te maken, wordt in de nieuwe stal in Ardooie gewerkt met een putvloer onder helling, in combinatie met mestschuiven die de vaste fractie (60 % van de massa) via een centraal kanaal afvoeren. De mest wordt naar een tussenopslag van 10 m³ gepompt, waar een centrifugaalpomp voor menging zorgt om de mest uniformer te maken en lucht te laten ontsnappen. Het verpompen van de mest naar de tussenopslag gebeurt niet altijd probleemloos. De urine (40 % van de massa) loopt weg via gleufjes en wordt opgevangen in een aparte urineopslag.

 

Twaalf "voedingsbeurten" per dag
Een Biotechnics-biogasinstallatie vergist de mest. Momenteel wordt de voeding van de installatie gespreid over twaalf beurten per dag, waarbij telkens 520 kg mest naar de vergister wordt gebracht. Het verpompen van de tussenopslag naar de vergister verloopt inmiddels vlot. Momenteel wordt alle mest nog afgezet naar mestverwerking. Op termijn wil Bart de dunne fractie op het land kunnen gebruiken.

 

(Lees verder onder de foto.)

p040419p1.jpg

Ontwikkeling van schuim verhelpen
De vergister staat niet vlakbij de WKK en de stal opgesteld. Dat leidde tot een meerkost bij de installatie, maar intussen werkt de aan- en afvoer van mest/digestaat en biogas goed. De reactor is een betonnen silo van 317 m³. Het temperatuursregime dat aangehouden wordt, is 38-40 °C (mesofiel). Er zijn momenteel nog veel problemen met schuim. De vergister is 4 meter hoog, maar kan slechts tot 2 meter gevuld worden door de ontwikkeling van een 'chocomousse'-schuim. Daardoor is er momenteel eigenlijk een te lage verblijftijd van de mest in de reactor. Ook de gasproductie en de aanvoer naar de WKK zouden hoger moeten kunnen. Bart zal dat samen met de partners in het project Pocket Power verder bekijken.

 

Bijkomende aanpassingen
Net als bij Ongena wordt het gas bij Akivar ontwaterd via een licht afhellende ondergrondse gasbuis. De ontzwaveling gebeurt ook hier door luchtinjectie. Bij Akivar wordt dat nog gecombineerd met een tweede opzuiveringsstap met behulp van een actiefkoolfilter.

Op aanraden van Biotechnics verving Bart recent de driecilindermotor door een viercilindermotor. De ‘stoel’ waarop de onderdelen zijn bevestigd, werd opgesplitst. Die ingrepen zorgen voor minder trillingen. De 30 kW-motor draait momenteel aan 19 kW elektrisch vermogen.

 

Terugverdientijd: 10 jaar of minder?
Om een terugverdientijd te halen van 10 jaar en dus rendabel te zijn, moet de installatie volgens Bart dagelijks circa 350 kWh aan elektriciteit opbrengen. De installatie bij Akivar haalt momenteel een hoger rendement (pieken tot 450 kWh). Over de opbrengsten is Bart voorzichtig positief: de pieken moeten onvoorziene dalen en periodes van mindere productie of onderhoud opvangen. De warmte wordt gebruikt om de reactor op temperatuur te houden. Wat overblijft wordt momenteel vooral afgeblazen, maar Bart wil dat op termijn benutten bij groentefermenatie op het eigen bedrijf.

 

> Herlees ook ons verslag van het bezoek aan uienschilbedrijf Ongena.

 

Wil je meer weten?
Neem dan contact op met ons:

 


Beide uitbaters doen een beroep op innovatiesteun voor hun investering van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF).

De beide projecten werden gerealiseerd met verschillende partners, waaronder Biotechnics, Innolab en Pocket Power (Inagro en Universiteit Gent). Pocket Power wordt gefinancierd door het Agentschap Innoveren & Ondernemen (www.vlaio.be), met financiële steun van: Boerenbond, ABS, Biolectric, Continental Energy Systems, Innolab, AB Milieusystemen, Vermeulen Construct, United Experts, Biogas-E, Inverde en VLACO.

elpologo0044.jpgvlaio040419.png