Vorige week gingen we in op wat nutriëntrecuperatie is als vorm van hergebruik van reststromen. De grote verscheidenheid aan producten daarbij (zoals spuiwater, dunne fractie digestaat, dikke fractie digestaat, ammoniumnitraat, drijfmest...) is het gevolg van diverse technieken die we in mestbewerking aanwenden. In dit nieuwsbericht bespreken we de oorsprong en de eigenschappen van een aantal producten.

Een blik op de productie van gerecycleerde meststoffen

Er zijn ruwweg twee technieken die aan de basis liggen van de grote verscheidenheid aan gerecycleerde meststoffen. Die voorbehandelingsstappen zijn vergisting en scheiding. Na mechanische scheiding kan de mest verder bewerkt worden door middel van een waaier aan technieken.  

Vergisting
Tijdens het vergistingsproces breken micro-organismen biomassa af, in afwezigheid van zuurstof. Door de afbraak van koolstof wordt biogas gevormd, dat voornamelijk uit methaan (CH4) en koolstofdioxide (CO2) bestaat. Met dat geproduceerde biogas wordt een warmtekrachtkoppeling aangedreven, waarbij het gas verbrandt in een gasmotor. Hierdoor worden elektriciteit en warmte geproduceerd.   

>> Kom meer te weten over vergisting in de volgende blogs: 

Tips bij het investeren in een biogasinstallatie – deel 1 

Tips bij het investeren in een biogasinstallatie – deel 2  

We onderscheiden monovergisting (waarbij enkel één type biomassa, mest of groenten, vergist wordt) van covergisting (waarbij zowel mest als organisch biologisch afval of energiegewassen vergist worden).  Het digestaat heeft een lager gehalte aan organische stof (daling tot 80%), maar bezit daarentegen iets meer ammoniumstikstof dat sneller opneembaar is door de plant. Alle nutriënten (stikstof, fosfor en kalium) die oorspronkelijk in de inputstromen zaten, zijn nog steeds aanwezig in het digestaat. Daardoor kan je het inzetten als bemestingsstof[1].   

Opgelet: zodra er één druppel mest in de vergister aanwezig is, wordt het volledige digestaat wettelijk voorlopig nog als dierlijke mest beschouwd. Mogelijk komt daar door SafeManure, een project van de Europese Commissie waar Inagro onder meer producten voor aanleverde, op termijn verandering in. Het is echter nog afwachten wat het onderzoek zal geven, vooraleer we concreter aan een aanpassing van de Europese wetgeving kunnen denken.

 

Scheiding
Het doel van scheiding is opsplitsing van ruwe mest of digestaat in een dunne en dikke fractie.   

Het scheidingsrendement is sterk afhankelijk van de samenstelling van de mest en de toegepaste scheidingstechniek. Scheidingsrendementen kunnen we verhogen door gebruik te maken van hulpstoffen, zoals bijvoorbeeld vlokmiddelen, polymeren of organische flocculanten.   

Een vijzelpers en een centrifuge zijn twee voorbeelden van mogelijke technieken om mestscheiding te verwezenlijken. Als je een hoog drogestofgehalte in dikke fractie wil krijgen, is een vijzelpers het meest geschikt. De scheiding verloopt dan op basis van deeltjesgrootte. Als je echter vooral nutriënten wil scheiden, is een centrifuge een betere optie. De scheiding heeft dan plaats op basis van soortelijke massa. Kenmerkend bij scheiding is dat het organische materiaal en het fosfaat zich ophopen in de dikke fractie, en de stikstof en kalium voornamelijk in de dunne fractie.
  

De snelwerkende stikstof en het lage P-gehalte van dunne fractie maken van dit product een goede bemestingsstof voor grasland. Dikke fractie daarentegen kan je gebruiken als bodemverbeterende meststof om het organische stofgehalte in de bodem op peil te houden of als ligboxstrooisel[1].   

Door dunne fractie te behandelen met een biologie of biologische unit (soort van zuivering) kan je effluent bekomen. Dat effluent is een goede kaliummeststof. Je kan het ook verder behandelen met bijvoorbeeld constructed wetlands of membraanfiltratie om een loosbaar product te krijgen. Een andere techniek die vaak gehanteerd wordt, is stripping/scrubbing, waarbij – afhankelijk van het gebruikte zuur – ammoniumnitraat of -sulfaat geproduceerd wordt. Dat laatste product is trouwens een interessante meststof voor gewassen die ook zwavel nodig hebben. Een derde mogelijke techniek is indamping, waarbij je mestconcentraat als resultaat krijgt. Tot slot kan je door middel van fosforprecipitatie bijvoorbeeld struviet vormen[1].
  

Ook voor de behandeling van de dikke fractie zijn er meerdere opties. Zo is er bijvoorbeeld (bio)thermisch drogen of composteren, waarbij er mestcompost geproduceerd wordt. Een tweede optie is bekalking om op die manier een organische Ca-meststof te verkrijgen. Een andere techniek is verbranding waarbij P-as geproduceerd wordt, al passen we die niet toe in Vlaanderen[2].
  

Meer info
Voor vragen over nutriëntrecuperatie kan je terecht bij:  


Deze blog kadert in het Interreg-project ReNu2Farm en het H2020-project Nutri2Cycle.

 

LogobannerReNu2Farm100419.jpgNutri2CycleNewsletterbanner100419.png


Referenties
 

[1] Gorissen, A. & Snauwaert, E. (2018) Oplossingen voor het mestoverschot in de melkveehouderij. Uitgegeven door het Vlaams Coördinatiecentrum Mestverwerking vzw te Brugge. Geraadpleegd via https://cdn.digisecure.be/vcm/2018121314837396_boekje-lowres.pdf  

[2] Vlaams Coördinatiecentrum Mestverwerking. Geraadpleegd via https://www.vcm-mestverwerking.be/nl/kenniscentrum/4800/verwerking-dikke-fractie