Tijdig spruiten oogsten garandeert kwaliteit. Dat blijkt uit onze rassenproef met spruitkool in 2018. In die proef vergeleken we 13 rassen. Naar kwantiteit scoorden het zeer grove HZ 16-702 (46,2 ton/ha) en het fijnere Sofia (37,0 ton/ha) het best. Naar kwaliteit scoorden Profitus, Cryptus en Platinus het best. De fijnste sortering werd genoteerd bij Helios en de grofste sortering bij HZ 16-702. Dat komt door de buikvormige spruitzetting.

Resultaten rassenproef spruitkool 2018

Voor elk wat wils
Rasadviezen geven op basis van deze proef blijft een moeilijke opgave. Elk ras heeft zijn specifieke eigenschappen. In eerste instantie dienen ze gegroepeerd te worden volgens vroegheid. Daarna wordt gekeken naar kwaliteit, en vervolgens naar productiepotentieel. Doordat er geplant wordt op een tamelijk ruime afstand en geoogst wordt voor afzet op de verse markt is de sortering voor de industrie te grof. 

 

Eerste oogst op 26 november
In deze proef werden Hey Melis (Syngenta) en Sofia (Bejo) het eerst geoogst, eind november. Beide rassen scoorden gemiddeld naar opbrengst en sortering.

Tweede oogst op 10 december
Cryptus (Syngenta), Helios (Bejo) en Profitus (Syngenta) waren naar opbrengst aan elkaar gewaagd en gaven een fijne tot heel fijne sortering. Thamus gaf een gelijkaardige opbrengst, maar sorteerde gemiddeld, terwijl HZ 16-702 met de grootste opbrengst heel grof was. Belindus was door een te kort gewas gevoelig voor smet.

Laatste oogst op 7 januari
Na Nieuwjaar werd de rest van de proef geoogst. Het donkere Albarus (Syngenta) en het blekere Thor gaven een lagere opbrengst, ondanks dat ze grof sorteerden. Hemera (Bejo) en HZ 16-675 (Hazera) gaven een gemiddelde opbrengst. Hemera was minder goed houdbaar. Platinus (Syngenta) scoorde naar houdbaarheid het best.  

Specifieke eisen
De kwaliteitseisen voor spruiten zijn hoog. De belangrijkste kwaliteitskenmerken zijn een uniforme en donkere kleur, ronde vorm,  goed gesloten en een goede vastheid. Voor de industrie is ook een uniforme spruitzetting op de stam met een voldoende hoog percentage fijne spruitjes van zeer groot belang. Het gewas moet ook op voldoende hoogte komen om in het najaar een vlotte bladval te bekomen. Zo kan je smet en een moeilijke machinale oogst voorkomen.  

Vruchtbare bodem gaf vlotte groei
Er werd gezaaid onder glas in trays bij een plantenkweker op 15 maart. Er werd machinaal geplant op 16 mei op een afstand van 70 cm tussen de rij en 42 cm in de rij. De voorteelt was tabak. Het gewas ontwikkelde zich vlot, ondanks de heel droge en warme zomer. De spruitvorming verliep goed, in tegenstelling tot veel praktijkpercelen.  

 

> Bekijk het volledige verslag van deze proef.

Gekoppelde thema's & sectoren: Akkerbouw | Biologische Productie | Groenten Open Lucht