Door de droogte van de afgelopen tijd wordt de ruwvoedervoorziening bij veel (biologische) veehouders krap. Maar de graanoogst kon wel ongewoon vroeg starten. Dat biedt ruimte om nog een groenbedekker te zaaien, waarvan je nog een snede ruwvoeder kan oogsten in het najaar. We lichten een aantal mogelijkheden toe.

Groenbedekkers voor een extra snede ruwvoeder

Groenbedekkers voor snelle biomassa
Een aantal gekende soorten - meer bepaald Japanse haver, snijrogge en Italiaans raaigras - hebben een snelle beginontwikkeling en kunnen tegen september nog voldoende biomassa vormen om een snede te oogsten.

Een minder gekende soort is 'sorghum' (ook wel soedangras genoemd). Die tropische plant kan onder optimale omstandigheden op 60 dagen 5 ton DS produceren. Belangrijk is dat sorghum bij de kieming voldoende vocht heeft en dat de bodem voldoende warm is.

Als plant is sorghum het best vergelijkbaar met maïs. Japanse haver en sorghum zijn vorstgevoelig. Italiaans raaigras en snijrogge zijn wintervast en kunnen ook in het voorjaar nog hergroeien.

 
Sorghum kort toegelicht
In Frankrijk nam het areaal sorghum de voorbije jaren sterk toe. Naargelang het klimaat en het doel dat de sorghum moet dienen, bestaan er verschillende types. Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie types:
  • Type soedangras (Sudan x Sudan): dit fijnbladig type kan je inzetten om in te kuilen of in pakken te doen (zoals gras voordroog).
  • Hybride (Sudan x Bicolor): heeft variëteiten die zich lenen voor zowel begrazing als inkuilen (meersnedige soorten). Meer specifiek bestaan er ‘BMR’-types (Brown Mid Rib) met een laaglignine gehalte en een betere verteerbaarheid. Deze rassen zijn wel meer legergevoelig.
  • Type sorghum om als graan in te kuilen (Bicolor x Bicolor): de kleine soorten dienen om te oogsten als graan. De eerder grote variëteiten kunnen eveneens gemaaid en ingekuild worden.

In Vlaanderen zijn slechts een aantal soorten beschikbaar, waaronder
  • 'Piper', van het type Soedangras;
  • 'Honey Graze', een hybride type ‘BMR’.
 
Sorghum zaad is relatief duur. Daarom is het mogelijks minder geschikt als groenbedekker en eerder om in te zetten als volwaardig gewas. Gezien de vrij uitzonderlijke weersomstandigheden zal het potentieel van sorghum als groenbedekker dit jaar vergeleken worden met de gekende soorten groenbedekkers.

 
Vlinderbloemigen voor extra eiwit
Om ook wat extra eiwit te kunnen oogsten, kan je een groenbedekkermengsel maken met een vlinderbloemige. De vlinderbloemigen zullen ook wat extra stikstof leveren voor de volgteelt. Alexandrijnse klaver ontwikkelt snel en is vorstgevoelig. Als je de groenbedekker pas volgend jaar onderwerkt en je ook nog een snede in het voorjaar kan oogsten, dan verdient inkarnaatklaver de voorkeur. Die is wintervast en kent in het voorjaar nog een stevige ontwikkeling.
 
 
Grasachtige
Zaaidichth.
kg/ha
Vlinderbloemige
Zaaidichth.
kg/ha
 
Sorghum (hybride)
20
Perzische klaver
5
vorstgevoelig
Sorghum (soedangras)
20
Alexandrijnse klaver + wikke
15 + 20
Vorstgevoelig
 
 
 
 
 
Japanse haver
40
Alexandrijnse klaver + wikke
15 + 20
Vorstgevoelig
 
 
 
 
 
Zomerhaver
50
Alexandrijnse klaver + wikke
15 + 20
Vorstgevoelig
 
 
 
 
 
Italiaans raaigras
15
Alexandrijnse klaver + wikke
15 + 20
(Vorstgevoelig)
Alexandrijnse kl + inkarnaatkl
10 + 10
Winterhard

Tabel 1: Verschillende groenbedekkermengsels (combinatie grasachtige met vlinderbloemige) voor een snede ruwvoeder in het najaar  

 

 

Impact op voederwaarde
Inagro legt een proef aan waarbij een aantal verschillende groenbedekkermengsels (tabel 1) worden uitgetest. Daarin bepalen we zowel DS-opbrengst als voederwaarde.

De literatuur geeft aan dat soedangras - afhankelijk van de variëteit - gemiddeld 7% ruw eiwit (RE) en een VEM-waarde tussen 750 en 950 levert. Jong soedangras bevat een cyanogene stof, durrhine. Daardoor mag soedangras dat geoogst wordt als het korter is dan 50 cm niet vers gevoederd worden. Deze stof wordt afgebroken tijdens het inkuilen en vormt na inkuilen geen risico meer.

Op basis van de eerste resultaten uit het graasgraanproject hebben we in juni gemeten, zes weken na zaai.

  • Japanse haver: een RE-gehalte van 24% bij een VEM-waarde van 835.
  • Snijrogge: 15,7% RE. De VEM-waarde voor snijrogge konden we niet bepalen door te hoog ruw as. (Het hoog ruw as-gehalte werd veroorzaakt door een probleem bij het maaien van de rogge.)
Gekoppelde thema's & sectoren: Akkerbouw | Biologische Productie | Melkveehouderij