Inagro vroeg bij het Departement Leefmilieu, Natuur
en Energie van de Vlaamse Overheid wat er wijzigt voor hout als biomassaproduct
(niet-afval). Het antwoord luidde dat voor installaties met een totaal nominaal
thermisch ingangsvermogen <300 kW die enkel hout als biomassaproduct
(niet-afval) verbranden, er hoegenaamd niets verandert. Deze installaties
blijven vrij van vergunning of meldingsplicht, alsook van emissiemetingen. De
jaarlijkse onderhoudsbeurt blijft echter verplicht.
Wijzigingen emissiewetgeving
Voor installaties met een totaal nominaal thermisch
vermogen >300 kW of installaties die afvalhout verbranden verandert de
emissiewetgeving. Zo wordt o.m. verwacht dat de voorschriften voor alle
verbrandingsinstallaties op houtafval verstrengen na 1 januari 2014. Ook zullen
de frequenties van bemonstering en analyse van behandeld houtafval stijgen.
Verwacht wordt dat deze aangepaste wetgeving tegen december in het Belgisch
Staatsblad zal gepubliceerd worden.
Wat is geen houtafval?
Hout behoort tot de categorie biomassa, die
onderverdeeld kan worden in enerzijds biomassa-afval en anderzijds
biomassaproducten. Uit bevraging bij OVAM blijkt dat we kunnen spreken van een
biomassaproduct indien het gaat om:
· beheer van bossen (al dan niet met een goedgekeurd
beheerplan) waarvan een deel van het hout (dikke stukken) wordt afgevoerd naar
de houtindustrie;
· opruiming na storm van bomen waarvan het hout naar
de houtindustrie gaat;
· hout afkomstig van eigen bomen of houtkanten die
gekweekt worden met als doel houtoogst;
· hout uit korteomloophoutteelt of houtachtige
teelten zoals bv. Miscanthus.
Afvalhout valt onder de regels van het afvalbeheer
en dient dus volgende stappen in volgorde te doorlopen: preventie – hergebruik
– verbranden – storten. Enkel indien het afvalhout volgens de wetgeving niet
meer kan hergebruikt worden, mag het verbrand worden. Hierop is de VLAREMA en
VLAREM-wetgeving van toepassing.
Andere verplichtingen
In de wet is vastgelegd wat de minimale eisen zijn
van het rendement en de maximale emisssieniveaus van verontreinigende stoffen
voor verbrandingsketels. In een verklaring van overeenstemming (opgenomen in de
technische handleiding van het toestel) ondertekenen fabricanten dat de
betreffende ketel hieraan voldoet. Ook wordt binnen de uitgevoerde testen
nagegaan welke biomassatypes geschikt zijn voor verbranding binnen de
betreffende installatie. Deze worden ook vermeld binnen de handleiding. Als gebruiker
bent u verplicht om geschikte brandstoffen te gebruiken zoals die werden
voorgeschreven voor uw ketel en de gebruikersinstructies van de fabrikant te
volgen. Tevens moet het nodige gedaan worden om uw ketel steeds in goede en
veilige staat van werking te houden. Dit houdt in dat:
· het toestel slechts zelden en zeer kort hinderlijke
en milieuverontreinigende rook verspreidt;
· schoorsteen en rookgasafvoerkanalen voor voldoende
trek zorgen zodat rookgassen vlot afgevoerd worden;
· het lokaal waarin de installatie zich bevindt
voldoende verlucht is zodat er ook voldoende aanvoer is van verbrandingslucht.
Referenties:
· Bio-energieplatform (2012). Studiedag Fijn stof 2,5
pm. Zwijnaarde, 25 mei 2012.
· De Pue, E., Lavrysen, L., Stryckers, P. (2012).
Milieuzakboekje 2012. Mechelen, Wolters Kluwer Belgium NV, 1175p.
· De Somviele, B., Meiresonne, L. & Verdonckt, P.
(2009). Van wilg tot warmte. Potenties van korte omloophout in Vlaanderen.
Gontrode, Vereniging voor Bos in Vlaanderen; Brussel, Instituut voor Natuur- en
Bosonderzoek; Roeselare, Provinciaal Centrum voor Landbouw en Milieu, 39p.
· Renders, N., De Weerdt, Y., Gijsbers, M., Jespers,
K., Van Esch, L. & Wevers, M. (2011). Emissies door houtverbranding -
Sectoren gebouwenverwarming en landbouw. Eindrapport. Mol, VITO, 102p.
· VMM (2011). Chemkar PM10, Chemische karakterisering
van fijn stof in Vlaanderen - 2010. Vlaamse Milieumaatschappij, 114p.