Wat met de meterstrook? Maaien om probleemonkruiden te vermijden.

Als je alle wetgeving naast elkaar legt, dan wordt snel duidelijk dat je de eerste meter grond naast een ingedeelde waterloop met rust moet laten. Grondbewerking, bemesting en gewasbescherming zijn in die meterstrook verboden. Maar wat kan dan wel? Je kunt een grasstrook (eventueel met kruiden) aanleggen en onderhouden met een gepast maaibeheer!

In het ideale scenario wordt het maaisel elke keer afgevoerd. Zo verarmt de rand geleidelijk en moet je na verloop van tijd maar één keer per jaar maaien. Een goed maaibeheer zorgt bovendien voor uitputting van hardnekkige wortelstokonkruiden (zoal akkerdistel, heermoes, grote brandnetel, zeker als je erin slaagt om de onkruiden net voor de bloei te maaien. Hou maaien en afvoeren een paar jaar vol, en je wordt beloond met een stabiele grasvegetatie met wat bloeiende kruiden.

 

Hoe pak je het aan?

  • Zaai eenmalig een meterstrook in als die er nog niet is. Gebruik traaggroeiende, niet-productieve grassoorten of een graskruidenmengsel. Vraag een geschikt mengsel aan je zaadleverancier!

  • Voer een doordacht maaibeheer uit. Het beste moment om te maaien verschilt van bedrijf tot bedrijf. Alles hangt af van de gewassen die op het perceel staan en het tijdstip waarop je gemakkelijk op het land kan. Maaien net voor de bloei van onkruiden is ideaal, want zo zijn er nog geen zaden gevormd en raken onkruiden sneller uitgeput. Voor de meeste randen wordt aangeraden twee keer per jaar te maaien: één keer in het voorjaar en één keer in het najaar. Bij een stabiele, goed ontwikkelde vegetatie volstaat één maaibeurt in het najaar. Om nesten van grondbroeders zoals patrijs te sparen, maai je best niet tussen 15 april en 15 juni.

  • Ben je landbouwer in Beernem, Oostkamp, Wingene of Ruiselede? Dan kan je een aangepaste maaier gebruiken tegen een voordelige prijs. Je leest er alles over op de website van het Agrobeheercentrum

  • Heb je geen geschikte maaier, dan is een machine voor gemeenschappelijk gebruik een goede optie. Dat kan via een machinering, of gewoon via een onderlinge afspraak met buren.

  • Laat de zode altijd intact, want onkruiden zoals heermoes ontwikkelen zich op verstoorde bodems. Een gezonde vegetatie houdt bovendien de oever vast en beperkt erosie het hele jaar door.

 

Een succesverhaal…

In 2014 stapte een groep landbouwers uit Damme, Oostkamp, Beernem en Brugge mee in een proefproject: zij gingen akkoord om hun akkerranden langs waterlopen te laten maaien. Er werd gewerkt met een klepelmaaier op arm van 1,20 m breed. Een vijzelsysteem in combinatie met hooitanden voerde het maaisel zijdelings en verspreid af naar de akker, waar het kon verdrogen of werd ondergewerkt.

Er werd in het voorjaar vooral gemikt op percelen waar de maïs zo’n 30 à 50 cm hoog stond. Het gewas was dan sterk genoeg om niet beschadigd te worden door het opgebrachte maaisel, maar toch klein genoeg om erdoor te kunnen rijden. In totaal werd bij 23 landbouwers ruim 37 km aan randen gemaaid. Tijdens de bevraging na het project bleken de meeste landbouwers erg positief over de werkwijze en het resultaat ervan.

Inagro onderzoekt verder de mogelijkheden om een gemeenschappelijke maaier aan te kopen om ervaring op te doen.

 

Wat met vergroening en beheerovereenkomsten?

  • Ik leg een strook aan langs de waterloop. Kan die meetellen voor het 5% ecologisch aandachtsgebied binnen de vergroeningsmaatregelen?
    Ja. Er zijn twee mogelijkheden: een bufferstrook langs een waterloop of een akkerrand (die evengoed naast een waterloop mag liggen). Voor beide types gelden, naast een verbod op bemesten en bespuiten, nog de bijkomende voorwaarden die je in de tabel vindt.

  • Wat als ik al een strook heb aangelegd met een beheerovereenkomst? Telt die dan ook mee voor het 5% ecologisch aandachtsgebied? 
    Ja, maar je vergoeding wordt aangepast. Dit zijn de mogelijkheden:


Let wel: enkel ingedeelde waterlopen (opgenomen in de Vlaamse Hydrografische Atlas) of waterlopen met ecologisch waardevolle oevervegetatie komen in aanmerking voor de eerste drie beheerovereenkomsten uit de tabel. 

De bedrijfsplanner van de VLM schat in of een bepaalde beek of gracht voldoet aan die eisen, en kan een antwoord geven op concrete vragen over beheerovereenkomsten.