Het EU-landbouwbeleid zorgt ervoor dat de Europese voedselproductie hand in hand gaat met economisch gezonde plattelandsgemeenschappen en maatregelen rond milieuvraagstukken zoals klimaatverandering, afvalbeheer, waterbeheer, bio-energie en biodiversiteit.


Kwaliteit, geen kwantiteit...

50 jaar geleden lag bij het landbouwbeleid de nadruk nog op de productie van voldoende voedsel. Europa was immers nog aan het herstellen van een decennium voedseltekorten door de oorlog. De productie werd gesubsidieerd en prijzen werden ondersteund door het opkopen van overschotten. Deze methoden behoren nu tot het verleden.

Het EU-beleid streeft er tegenwoordig naar producenten van alle soorten voedsel in staat te stellen om:

  • voldoende hoeveelheden veilig voedsel van hoge kwaliteit te produceren voor de Europese consument
  • ten volle bij te dragen tot de gediversifieerde economische ontwikkeling van plattelandsgebieden
  • aan zeer strenge normen te voldoen op het gebied van milieubescherming en dierenwelzijn.

Nu consumenten steeds meer belang hechten aan de kwaliteit van hun voedsel, komen vrijwillige EU-keurmerken van pas om hen met kennis van zaken te helpen kiezen. Die keurmerken wijzen op de geografische oorsprong of het gebruik van traditionele of biologische ingrediënten of methodes, en maken de Europese landbouwproducten ook concurrerender op de internationale markt.

Het EU-landbouwbeleid heeft innovatie in de landbouw en voedingsindustrie gestimuleerd, met de hulp van EU-onderzoeksprojecten die de productiviteit hebben verhoogd en de milieueffecten hebben teruggedrongen, onder andere door energie te winnen uit bij- en afvalproducten.


Geld daarheen, waar het echt nodig is

Financiële vangnetten zijn er nog steeds, maar zij worden veel selectiever gebruikt.

Zo kunnen ze bijvoorbeeld worden gebruikt bij noodgevallen zoals natuurrampen, uitbraken van dierziekten zoals mond- en klauwzeer) of grote marktonevenwichten die hele sectoren van de plattelandseconomie in gevaar kunnen brengen.

De EU vult de inkomsten van de boeren aan met rechtstreekse steun, zodat ze een behoorlijk inkomen hebben. In ruil daarvoor moeten zij aan normen voldoen inzake hygiëne, voedselveiligheid, diergezondheid, dierenwelzijn, biodiversiteit en landschapsbescherming.


Eerlijker concurreren

De EU is de grootste invoerder van en markt voor voeding uit ontwikkelingslanden. Ze heeft onlangs haar steunmechanismen aangepast zodat er dat landbouwexportsubsidies de concurrentie op de wereldmarkten minder verstoren.

De EU heeft bij de Doha-ronde van internationale handelsbesprekingen voorgesteld om alle exportsubsidies tegen 2013 af te schaffen en de invoerrechten op landbouwproducten aanzienlijk te verlagen.


Meer hervormingen op komst

Ondanks de ingrijpende hervormingen van de afgelopen jaren zullen er nog meer nodig zijn als het huidige financieringspakket in 2013 afloopt. Er wachten grote uitdagingen, zoals de noodzaak om de wereldwijde voedselproductie te verdubbelen tegen 2050 wegens de bevolkingsgroei en de grotere vleesconsumptie van welvarender consumenten, ondanks het verlies aan biodiversiteit en de achteruitgang van bodem- en waterkwaliteit door de klimaatverandering.

De Europeanen hebben in 2010 aangegeven dat het EU-landbouwbeleid de boeren niet alleen moet helpen om voedsel te produceren, maar o.a. ook om natuurlijke rijkdommen en landschappen te beschermen, het dierenwelzijn te verbeteren en plattelandsgemeenschappen leefbaar te houden.

De EU heeft daarop gereageerd met een reeks hervormingsvoorstellen die daaraan tegemoet komen, met de nadruk op duurzame landbouwmethodes, innovatie, onderzoek, de verspreiding van kennis en een billijker steunstelsel dat de Europese boeren voorbereidt op de uitdagingen van morgen.


Waarom landbouwsteun duur is

Omdat het EU-landbouwbeleid het meestomvattende beleid van de EU is, slorpt het ook een groot gedeelte van de EU-begroting op. Veel van dit geld zou echter sowieso door de nationale regeringen aan landbouw worden besteed, het wordt gewoon door de EU beheerd in plaats van door de EU-landen.

Desondanks zijn de landbouwuitgaven tegenwoordig een veel kleiner deel van de EU-begroting dan vroeger. In de jaren '70 piekten ze op 70% en in 2007-2013 bedroegen ze maar 34% ervan.

Dit is zowel een gevolg van de uitbreiding van de taken van de EU als van kostenbesparende hervormingen die het de EU mogelijk maakte om sinds 2004 twaalf nieuwe lidstaten te verwelkomen zonder een stijging van de landbouwuitgaven.

bron: www.europa.eu



>>   meer info over het Europese landbouwbeleid vindt u op de website van Europese Unie: www.europa.eu