Troef van het onderzoekscentrum
is een infrastructuur die op maat van de diverse teelten en teeltsystemen is
afgestemd. Het praktijkonderzoek spreidt zich immers uit over een hele waaier
aan teelten die elk hun eigen eisen stellen. Dit gaat van paddenstoelenteelt en
teelt onder glas over witloofforcerie tot zelfs aquacultuur.
Het onderzoekscentrum beschikt
zelf over zo'n 13 ha proefveldoppervlak onder gangbare teeltsystemen waarop
proeven kunnen worden aangelegd. Daarnaast beschikken we ook over 12 ha
proefveldoppervlak dat volledig wordt beheerd overeenkomstig de biologische
teelt- en rotatieprincipes zodat er een strikte scheiding met de gangbare
teelten is gegarandeerd.
Champignongebouw 2
Met 5 teeltcellen en 7
substraattunnels, voorzien van een onderdruksysteem, gebeurt onderzoek naar de
teelt van eetbare paddenstoelen, andere dan champignon, vnl. oesterzwam.
In de substraattunnels wordt het
substraat gepasteuriseerd, geconditioneerd en geïncubeerd of doorgegroeid. De
tunnels kunnen in verschillende compartimenten worden opgedeeld als
verschillende behandelingen moeten worden uitgevoerd.


Polyvalente loods
Het
onderzoekscentrum bezit een preiwasinstallatie voor het marktklaar maken van
zowel gangbaar als biologisch geteelde prei. Het waswater wordt opgevangen
waardoor hergebruik mogelijk is.

Om het waswater te kunnen hergebruiken wordt eerst de organische
belasting (wortel- en plantenresten) afgescheiden via een rooster of zeefbocht.
Daarna worden de aardedeeltjes afgescheiden in een bezinkbekken.
Witloofgebouw
Bewaring van witloofwortelen
gebeurt in 2 koelcellen, voorzien van heetgasontdooiing. Na bewaring kan het
witloof (hydrocultuur) geforceerd worden in 4 trekcellen. Per trekcel kunnen 8
stapels van maximum 7 trekbakken staan waarbij elke stapel afzonderlijk kan
worden gevoed.
Voor gewasbeschermings- en
bemestingsproeven is er een aparte miniforcerie-eenheid.

De behandeling van de
witloofwortelen, voor opslag in koelcel of behandeling witloofkraag na
intafelen, gebeurt met een spuittunnel.
Groentehal
Aardappelen

Met een onderwaterweger wordt op
een snelle manier het drogestofgehalte van de
aardappel (onderwatergewicht) bepaald. Deze parameter is de maat voor het zetmeelgehalte en belangrijk voor
de productie van frieten en chips.

De geschiktheid voor industriële
frietbakking gebeurt via e
en baktest
(eenmalige bakking van 3 minuten bij
180°C), gevolgd door een beoordeling naar frietkleur. De bepaling van de
geschiktheid tot
chipsbereiding gebeurt op een gelijkaardige manier.
Graangewassen
Met een vochtmeter wordt op een
snelle en eenvoudige manier

het vochtgehalte van graangewassen bepaald. Deze
parameter is vooral belangrijk voor de bewaring van het graan. Bij hogere
vochtgehaltes is vaak een extra droging nodig om het graan geschikt te maken
voor bewaring.
Serreloods
Serrecomplex bestaande uit 10
gelijke afdelingen met volledig computergestuurde kllimaatregeling, gebruik van
vloeibare meststoffen en CO2-regeling onafhankelijk van de
verwarming.

Hergebruik van drainagewater is
mogelijk door opvang in bovengrondse vaten en lagedruk UV-ontsmetting. Twee
afdelingen hebben een gesloten teeltsysteem zodat emissie van meststoffen naar
de ondergrond onmogelijk is.
POP-lokaal
De Pesticiden Opslag Plaats
(POP-lokaal) is het centraal gelegen fytolokaal in het onderzoekscentrum voor
opslag van bestrijdingsmiddelingen voor landbouwkundig gebruik conform de
wettelijke vereisten. Overzichtelijke alfabetische ordening volgens aard van de
bestrijdingsmiddelen. Traceerbaarheid wordt geborgd door labelen met barcode en
registratie in een centraal stockprogramma.
Opslagplaats van
proefveldrugspuiten, volledig afgestemd op de proefveldwerking waarbij
onderhoud, controle en kalibratie sleutelbegrippen zijn voor een goede werking.

Labo

Modern laboratorium, 24u/24u
toegankelijk via de gekoelde nachtkluis, uitgerust met verschillende
meetapparatuur voor een waaier aan analyses op de matrices water, grond, mest,
plantaardige monsters, veevoeder…
Het laboratorium beschikt over
diverse apparatuur voor monstervoorbereiding en analyse. Hierbij een greep uit
de beschikbare technieken: ICP-MS, ICP-AES, NIR, SFA, IC, HPLC, automatische titrator,
Kjeldahl-destillator…



Biogasinstallatie
Kleinschalige biogasinstallatie
gedimensioneerd op een WKK van 30 KWe die vlot inzetbaar is voor onderzoek rond
anaerobe vergisting. De installatie is uitgerust met alle noodzakelijke
sensoren om vlot de in- en output continu te meten.

Ondanks de kleinschaligheid van
de installatie werd er in de ontwerpfase nauw op gelet dat de installatie
voldoende representatief is zodat de bekomen resultaten vlot geëxtrapoleerd
kunnen worden naar de praktijk.
Aquacultuur
Eenheid voor onderzoek naar
zoetwatervisteelt die momenteel nog in volle opbouw is. De eenheid bestaat
enerzijds uit een beperkte kwekerij die vis zal kweken voor humane consumptie
zodat de nodige praktijkervaring kan worden opgedaan. Anderzijds wordt een
onderzoekseenheid uitgebouwd waar praktijkgericht onderzoek zal plaatsvinden.
Biohoeve
Eigen proefbedrijf voor biologische landbouw met een oppervlakte van 12 ha
waar zowel akkerbouwteelten als groentegewassen op volledig biologische wijze worden
geteeld. De "bioloods" werd gebouwd anno 2011 en beschikt over een eigen
preiwasinstallatie, alsook over koelcellen met mogelijkheid tot bewaarproeven.
Een hoogstamboomgaard,
hagen, akker- en bloemenranden zorgen voor een ecologische inkleding van het
volledige bedrijf.
